De competitie nadert het einde. Ronde 30 stond een dag na de verjaardag van de koning op het programma. Op Bevrijdingsdag is er toepasselijk tijd voor Schaak Vrij en daarna zijn er nog drie rondes. Voor wie wordt het dit seizoen Koningsdag ?
Het meest duidelijk is de stand in groep D. Dries van ’t Slot staat inmiddels zover voor op zijn concurrenten dat de titel hem niet meer ontgaan kan. Nu hij zo hoog staat, kreeg hij met Han Schuurmans een heel sterke tegenstander, die de defensie van Dries wist te overrompelen. Maar de koppositie in zijn groep komt niet in gevaar.
In de C-groep is het nog niet beslist. Henk te Brinke staat aan de leiding, maar Henk Doppenberg staat nog in de buurt. En toevallig speelden zij tegenelkaar. De eerste twee uur was er nog niet eens een pion geslagen. En een kwartier later was het opeens afgelopen: remise. In de stand aan kop veranderde dus niet veel.
In de B-groep heeft Bert te Sligte de beste papieren. Hij staat ruim een matchpunt voor op Alfred Schley. Dat is veel, maar nog niet helemaal onoverbrugbaar.
In de A-groep, waar tevens om het kampioenschap wordt gestreden, heeft Jochem Mullink de beste papieren. Henri Abbink en Marcel Krosenbrink, de kampioenen van de laatste jaren, zijn echter nog niet uitgeschakeld. De nummers 1, 2 en 3 hadden in ronde 30 met de nummers 5,6 en 7 van de ranglijst allen een pittige tegenstander.
Marcel nam het op tegen Bert. Indachtig een partij die Arjan van Lith zo’n 20 jaar geleden op een jeugdkampioenschap speelde offerde hij al snel een stuk voor lange termijncompensatie. In de explosieve stelling was het voor beide spelers onmogelijk om steeds de beste zet te vinden.
Marcel (wit) heeft compensatie voor zijn geofferde stuk. Vooral omdat f7 kwetsbaar is en veel zwarte stukken nog niet ontwikkeld zijn. Na Kh1 moet zwart Dd6 spelen, omdat Pxc4 faalt op Pf6+ en zwart verliest de dame door een horizontale penning. Wit speelde hier echter het nog sterkere Le3. Zwart mag dit stuk niet nemen. Na fxe3 volgt Dxe5+ gevolgd door bijvoorbeeld Kf8, Dxh8 e2+, Tf2.
Ook na Le3 moest zwart met de dame naar d6. Heel sterk is nu Ld4 Lg7, Txf4. Na het gespeelde Lxf4 Lxf4, Txf4 had zwart zich nog kunnen verdedigen met c6. Zwart koos echter voor het niet onlogisch uitziende Pg6 en toen bleek de stelling na Tf2 niet meer houdbaar.
Carsten ter Horst testte Henri in een modieuze variant van de Caro Kann. Henri was goed op de hoogte van de openingstheorie, maar leek aanvankelijk toch wat passiever te staan. Hij ontworstelde zich knap aan de druk en kwam in een dubbel toreneindspel zelfs een pion voor. Die wist hij echter niet te verzilveren, waardoor remise de partij in remise eindigde. Er was echter wel een winstkans. Wit heeft zojuist Tb6xb5 gespeeld.
In plaats van Txc5, Txc5 h2, Th5 met remise had zwart met meteen h2 kunnen winnen. Txf5+ xf5+, Txf5+ Kg8 !, Th5 Th7 ! en zwart wint.
Zo kon koploper Jochem weer wat uitlopen als hij van Paul van der Lee wist te winnen. Jochem is een liefhebber van het loperpaar en wist dat ook in deze partij te bemachtigen. Het paardenkoppel van Paul stond daar uiteindelijk machteloos tegen.
De zwarte lopers schijnen vanuit de hoeken als zoeklichten in de witte stelling. Na Lxc1, Pxc1 Df1+, Kd2 Dxg2 was de witte stelling niet meer te verdedigen.
De dubbele aanval is de basis van alle trucs in het schaakspel. Dat bleek ook in ronde 30.
Mark Burgers heeft zijn dame op c2 gezet. En opeens dreigt wit zowel op h7 als c6 te slaan.
Han van de Laar speelt hier de dame naar c3 en daarmee dreigt hij Dxg7 en Txd8. (verslag MK)




