Ronde 31: Achtervolgers slaan toe

De interne competitie van het WSG begint te lijken op een peloton wielrenners op het einde van de Tour de France. De vermoeidheid slaat toe en een wandeletappe ligt op de loer. De opkomst in ronde 31 was in ieder geval magertjes. Slechts 10 partijen stonden op het wedstrijdformulier.
Henri Abbink en Marcel Krosenbrink kregen de kans de afstand tot koploper Jochem Mullink te verkleinen, want hij was één van de afwezigen. Henri speelde tegen Bert te Sligte en dat leverde hem inderdaad de gewenste overwinning op. Zijn achterstand is nu nog 19 punten, ongeveer 0,3 matchpunten.

Volgens de computer staat wit hier heel goed, maar in een lastige stelling is dat niet altijd makkelijk aan te tonen. De loper van Bert op d6 staat aangevallen en hij komt met een creatieve oplossing.: ...Ld5. Met het oog op xd5, Pxd5+ Ke2, Pxd3 Kxd3, Txe4. Dat blijkt echter niet te werken wegens Lxc5+ en de witte toren op e4 staat alsnog tweemaal aangevallen. Henri zag dit niet of koos voor een eenvoudige oplossing: Tad1 Ld4, Lxd4 cxd4, d6 Te6, Lc4 en zwart verliest in ieder geval een kwaliteit.

Marcel moest het opnemen tegen Carsten ter Horst, waarvan hij nog nooit won. Maar deze keer wel. Hij staat nu nog 7 punten achter Jochem. Dat is ongeveer 0,1 matchpunt.

Met Pf6+ Lxf6, Lxf6 heeft wit een betere stelling, vooral omdat hij een betere loper heeft. Maar het zijn ook ongelijke lopers en wit was te bang voor de remisemarge. Hij ging daarom voor Lf6. Maar met e5 kan zwart de stelling in balans houden. Zwart koos echter voor ….Tf5. Dat was niet goed. Na Lxg7 Kxg7, Pd6 profiteert wit van de ongelukkige positie van de loper op c8. Zwart besloot met ….Lb7 een kwaliteit te geven: Pxf5 gxf5, maar kreeg onvoldoende tegenspel. Maar ook ….Txf1+ Txf1 werkt niet omdat nu naast de loper op c8 ook f7 hangt,

Omdat Bert verloor kreeg Alfred Schley de kans om de achterstand op Bert, als leider van de B-groep wat in te lopen. Maar dan moest hij wel van Han Schuurmans winnen, niet bepaald een makkelijke opgave. In een spannende partij – Alfred merkte tijdens het spelen al op: “Langweilig (saai) ist es nicht” – bleken de dreigingen van Alfred net wat groter te zijn dan die van Han. Alfred moet nu nog 21 punten overbruggen. Iets meer dan 0,3 matchpunt.

Han heeft een batterij op h2 gericht, al staat dat veld nog door twee paarden gedekt. Alfred kan met zijn c-pion al op de zevende rij slaan. of de aanval versterken met iets als Tc1. Wat is wijsheid. Alfred koos hier voor Pe5. Dat onderbreekt de diagonaal naar h2 en dreigt meteen Pf7. Dat laatste kon Han met Tdf8 nog wel eenvoudig verhinderen, maar vele verwikkelingen verder moest hij toch een kwaliteit geven en dat bleek beslissend.

Henk te Brinke, de leider van de C-groep zat ook niet achter de borden. Een kans voor Henk Doppenberg om de kloof met de andere Henk te dichten. Gerard Klein Langenhorst was zijn opponent. Henk kweet zich uitstekend van zijn taak en kon inderdaad een 1 bijschrijven.

Henk heeft zojuist Tf7-d7 gespeeld, waarmee hij het paard aanviel. Gerard negeerde die dreiging en speelde …bxc3. Na Txd5 volgt c2 en zwart haalt een dame. Henk trapte daar echter niet in en pakte gewoon de pion terug: bxc3. Na …Pxc3, kon hij met Tc7 de pion weer in bezit krijgen. Hoewel de stelling nog steeds niet eenvoudig is, wist Henk zijn pluspion te verzilveren en werd daarmee één van de negen witspelers die een overwinning kon bijschrijven.

Henk heeft de kloof teruggebracht tot 11,5 punten. En dat is ongeveer 0,2 matchpunt. Na deze ronde kan er dus met recht gezegd worden “Er kan nog van alles gebeuren” of om ook met de Tour te eindigen “Parijs is nog ver” (verslag MK).