Evi, Lauri en Thiemen outsider op NK

Zondag 28 april begint het NK Jeugdschaak in Assen. Tot en met zaterdag 4 mei strijden de jeugdspelers in de categorieën A B en C om de nationale titel. Alle groepen spelen zeven rondes, behalve de jongens C. Zij spelen negen partijen. In die groep is Thiemen Dekker één van de deelnemers. Met zijn rating van 1677 is hij als 22e geplaatst in het veld van 26 deelnemers. Evi en Lauri Maris zijn als negende en tien geplaatst bij de meisjes C. Precies halverwege het deelnemers van 18 speelsters. Het toernooi (inclusief liverpartijen) is te volgen op njsk.nl.

Ronde 28: Het venijn zit ‘m in de staart

Het was weer een spannende ronde. Nummer 28 van de 33. Nog vijf te gaan dus. De strijd om de titel gaat inmiddels tussen Henri Abbink en Jochem Mullink. Voor de B-groep lijkt Oscar Wamelink de voornaamste kandidaat. Henk te Brinke gaat aan kop in de C-groep en Jaap Wolters ligt op titelkoers in de D-groep.

Om een kans te behouden moest Henri Abbink wel winnen van Bert te Sligte. Bert hielp Henri een handje door een foutief offer te plaatsen op h6. Bert zei zelf dat hij het niet genoeg had doorgerekend. Henri kon het dan ook weerleggen en nadert zo de koppositie op slechts 4 punten.

Walter Schmeing  en Marcel Krosenbrink speelden een vlotte remise. “Ein Caro-Kann (1. e4; c6) wird immer Remis”, zou Walter over de partij zeggen. Han Schuurmans won zijn partij tegen Joachim Musholt en was daar wel blij mee. Han vond het een interessante partij en kwam een pion voor. Hoewel Joachim die terug kon pakken had hij een ander plan, maar daarvoor kreeg Han twee lichte stukken tegen een toren. Later won hij nog een kwaliteit. Alfred Sley had niet veel moeite tegen Thiemen Dekker. Thiemen gaf zelf aan al in de opening een fout gemaakt te hebben. Alfred kon het toen bekwaam afmaken en zo heeft hij inmiddels een score van 7 uit 10.

Henk te Brinke speelde tegen Reinhard Cvetkovic. Henk kwam ergens gewonnen te staan maar liet het toch lopen. Nu heeft Reinhard de afgelopen ronden wel vaker een verloren stelling kunnen redden, dat was in deze ronde ook niet anders. Evi Maris begon in een Siciliaanse partij tegen Han van de Laar met aanvallen. Eerst met d4 en later e5. Met een trucje kon Han een pion winnen en toen nog een en nog een. Toch bleef het voorzichtig manoeuvreren om eeuwig schaak te vermijden. Dat lukte. Het leek er even op dat Gerard Klein Langenhorst ook zou winnen tegen Lauri Maris. Maar toen Gerard een klein foutje maakte, kon Lauri een vesting opbouwen en wat Gerard ook nog probeerde hij kwam er niet meer door.

Rob Voogd trok onvervaard ten aanval. Erik Maris zette daar een flitsende aanval tegenover en hem ging het beter af dan Rob. Met een paard gaf hij stikmat. Rob had geen luchtgaatje meer over. De partij tussen Freek Deunk en Jaap Wolters kende een Franse opening. Freek pakte het echter verkeerd aan en bleef met teveel zwakke pionnen achter. Nadat hij pion en later ook nog het paard verloor, zag hij zich genoodzaakt op te geven. De partij tussen Henk Wiggers en Henk van Beek ging aanvankelijk gelijk op. Opeens trok Henk Wiggers met zijn paard ten aanval waardoor er mat dreigde. Verdedigen was geen optie, want dan zou Henk van Beek de dame kwijt raken. Puntje voor Henk Wiggers dus. Als eerste waren Daan Slager en Dick Labee klaar. Omstanders gaven aan dat Daan goed had gespeeld. Hij kon de dame in een penning zetten, daarmee was het snel afgelopen.

Dan de laatste twee ‘venijnige’ partijen, (‘het staartje’), die het aanwezige publiek bleven boeien. Beide partijen werden naast elkaar gespeeld, dat was dus makkelijk kijken. Halverwege de avond verzuchtte Frank Roodzant nog: “Ik ben de wanhoop nabij”. Dat bleek ook wel als je op het bord keek. Jan Willem Klein Poelhuis had de touwtjes in handen en stond materiaal voor. Uiteindelijk leverde hij ook weer wat in. Het eindspel ging hij in met K+7 pionnen, tegen K+L en 3 pionnen voor Frank. Die witveldige loper bleek echter de kracht te hebben van een Noord-Koreaanse middellangeafstandsraket. Hij beheerst er het hele bord mee en won -tot verbazing van de omstanders- zelfs nog de partij. “Ik heb het ergens laten liggen”, gaf Jan Willem nog te kennen. De andere partij die toen nog bezig was, was die tussen Jan Eckhardt en Henk Freriks. Het spel ontwikkelde zich aanvankelijk traag. Toen Henk op voorsprong kwam, zelfs een volle toren, zag het er niet meer zo moeilijk uit. Het leek er zelfs al op dat Jan had opgegeven, omdat er al een tussentijdse analyse plaats vond. Toen Jan geconfronteerd werd met de vraag of hij doorspeelde of opgaf, zei hij:  “Nog even proberen”. Het lukte Henk maar niet om op voordelige wijze af te ruilen en over te gaan naar een winnend eindspel. Integendeel, het was Jan die met zijn pionnen een tegenaanval inzette op de koning. Hij leek daarbij zelfs Henk nog te overklassen, maar vlak voor de beslissende klap viel, besloten beiden dat het mooi was geweest en was de remise een feit.

Volgende week Schaak Vrij. Aanvang 19.30 uur.

Publiek kan nog even genieten van twee boeiende partijen. Frank (links) is de wanhoop voorbij!

Ronde 27: Beslissingen

Om eerst maar even met het rooster in huis te vallen. We spelen nog zes ronden intern, éénmaal Schaak Vrij en dan zes ronden Zomercompetitie. Aan Schaak Vrij en de Zomercompetitie kan iedereen meedoen.  

23 april Ronde 28  
  30 april SCHAAKVRIJ 4 Meivakantie
   7 mei Ronde 29  
 14 mei Ronde 30  
 21 mei Ronde 31  
 28 mei Ronde 32  
  4 juni Ronde 33 laatste ronde
11 juni Zomercompetitie 1  
18 juni Zomercompetitie 2  
25 juni Zomercompetitie 3  
   2 juli Zomercompetitie 4  
  9 juli Zomercompetitie 5  
 16 juli Zomercompetitie 6  

Had ik het in het vorige verslag nog over remises. Nu was er maar ééntje en waren er 10 beslissingen. Die ene remise kwam als laatste tot stand tussen Henri Abbink en Reinhard Cvetkovic. Omdat het een partij was met verschillend materiaal, was het lastig om te zien wie er beter stond. Kennelijk niemand, want na een flinke afruil kwamen beide spelers dus remise overeen. Daarmee blijft Henri op de loer liggen om de koppositie weer over te nemen.

Dan de beslissingen. Klaudio Kolakovic overklaste Dick Boogaard volledig. Zonder veel bedenktijd te gebruiken rukte hij met onder andere h4 en g5 op en overrompelde Dick, zoals deze het ook zelf aangaf. Ze waren als eerste klaar. Thiemen Dekker speelde tegen Oscar Wamelink. Het was een mooie partij en ergens had Oscar met eeuwig schaak de remise binnen kunnen halen, maar hij wilde meer. Met een knappe eindspeltechniek en goed rekenwerk kon Thiemen de partij naar zich toetrekken. Evi Maris leek even goed te staan tegen Joachim Musholt. Deze had het lastig om het vege lijf te redden. Dat lukte echter wel en Joachim wist een matnet te knopen.

Voor Han van de Laar was het buigen of barsten. Hij speelde vol op de aanval tegen Gerard Klein Langenhorst en wilde van geen remise weten. Het ging nog bijna mis, maar gelukkig voor hem zat er nog een fraaie wending en dus het volle punt, in. Lauri Maris had niet veel kans tegen Henrik Lösing. Ook hij vlocht een matnet. Voor Lauri was ontsnappen daaruit niet meer mogelijk. Erik Maris deed het beter tegen David Poole. David kwam wel wat pionnen voor, maar hij overzag een penning van dame en koning, waardoor Erik met een toren de dame kon winnen. Toen moest hij  het nog wel even zorgvuldig afmaken, maar dat was niet meer het grootste probleem. Rob Voogd hield de druk er goed op tegen Henk van Beek. Henk stond de hele tijd in de verdrukking. Het was dan ook een kwestie van tijd voordat Rob het volle punt kon binnenhalen.

Dick Labee gaf op een gegeven moment op tegen Jan Willem Klein Poelhuis. Jan Willem stond ook beter en Dick dacht dat hij ging verliezen, maar in de analyse bleek toch dat het nog niet zo eenvoudig was en dat de opgave van Dick net iets te vroeg was. Kay Ruesink en Jan Eckhardt speelden een lange partij van 73 zetten. Jan stond in het eindspel met 5 tegen 4 pionnen voor. Toen de overige stukken geruild waren en Jan nog een pion won, kon Kay het niet meer redden. Op een gegeven moment liet hij zich door twee dames mat zetten. Daan Slager had toen al van Paul Dekker gewonnen. Het was aanvankelijk een gelijk opgaande partij, maar beiden lieten ook wat steekjes vallen. Het was Daan die uiteindelijk aan het langste eind trok. 

Jan Eckhardt (links) zet Kay Ruesink mat na 73 zetten!

Titel voor achttal

WSG heeft het kampioenschap in de eerste klasse in de wacht gesleept, maar dat koste veel meer moeite dan sommigen vooraf gedacht hadden. Het leek er verdacht veel op dat het team last had van kampioenschapsstress in het duel tegen HZP Ommen, dat zeer goed voor de dag kwam. Arent Luimes scoorde pas om half elf het eerste punt tegen een ratingloze tegenstander. Arjan van Lith offerde aan de lopende band materiaal, maar zelfs met een toren minder had hij de stelling in de greep. Han Schuurmans offerde een pion, kwam ook goed te staan, maar moest daarna met remise genoegen nemen. Mark Burgers deed een weinig kansrijk stukoffer en dat toonde zijn tegenstander ook prima aan. Henk te Brinke had in de opening twee pionnen toegeworpen gekregen, maar in ruil daarvoor stond zijn koning lastig en zijn toren ingesloten. Henkverdedigde zich echter taai en langzaam maar zeker werkte hij zich los. Maar zelfs met deze tussenstand was de buit nog niet binnen. Bert te Sligte verloor een stuk tegen twee pionnen en toen hij even later nog een pion verloor werd het erg lastig. En hoewel hij het zijn tegenstander nog moeilijk maakte, kon hij niet meer aan een nul ontsnappen. Gerard Harbers stond een pion achter, maar hij wist een koningsaanval te ontwikkelen en kon na enige verwikkelingen in de tijdnoodfase het punt binnenhalen. Marcel Krosenbrink stond de hele partij iets beter, maar had niet echt een constructief plan. In de tijdnoodfase kregen beide spelers kansen, maar kon Marcel uiteindelijk profiteren van een fout van zijn tegenstander en werd het toch nog 2,5-5,5.

WSG 2 weert zich kranig

Het tweede team speelde misschien wel zijn beste wedstrijd van het seizoen, maar kon het verschil van 1500 ratingpunten tegen ZSG niet goedmaken. De Zwollenaren speelden zo ongeveer voor het eerst dit seizoen in de sterkste opstelling, waardoor de missie van WSG op voorhand lastig was. Na een paar uur spelen was er echter nog maar weinig tekening in de strijd. Invaller Oscar Wamelink onderstreepte zijn goede vorm van de laatste maanden met een makkelijke remise tegen een veel sterkere tegenstander. Han Schuurmans had een nog sterkere tegenstander en hij kwam langzaam maar zeker steeds meer onder druk te staan. In deze partij zat er niet meer in. Dick van Wamelen leek wel een redelijke stelling te hebben, maar hij kwam pionverlies toch niet meer te boven. Dick Boogaard had naar eigen zeggen eindelijk wee eens lekker geschaakt en in een partij met veel mogelijkheden, werden uiteindelijk de handen geschud. Bert te Sligte stond ook onder druk, maar hij kon nog af wikkelen naar een lopereindspel. Daarin bleek zijn slechte loper meer door te wegen dan zijn vrijpion. Hennie Meijer kreeg in het verre middenspel een voorsprong van twee pionnen en hoewel zijn tegenstander het nog lang probeerde, stond de uitslag vast. Henri Abbink speelde een lange theoretische variant van de Caro-Kann, die zo op het oog tot een gelijkwaardig eindspel leidde. Zijn tegenstander wistet voordeel van dje vrijpion echter zwaarder te laten wegen dan het nadeel van de dubbelpion. Marcel Krosenbrink kwam zeer goed uit de opening, maar toen de stelling wat meer explosief werd deed hij een paar minder zetten achterelkaar en dat deed hem de das om, al duurde de partij nog tot 18.00 uur: 6-2.

WSG 1 hard onderuit

In Apeldoorn kon het eerste team een grote stap zetten op weg naar klassebehoud. Een gelijkspel tegen Apeldoorn 2 was daarvoor mogelijk al voldoende. Het liep echter heel anders. Hoewel de teams op papier min of meer gelijkwaardig waren, ging WSG met maar liefst 7-1 onderuit. Alleen Tom Officier en Gerard Harbers, laatstgenoemde zelfs tegen de hoogstgerate tegenstander, scoorden een half punt.

WSG 3 verliest ook laatste wedstrijd

Het derde team moest naar Vianen, niet het grote Vianen bij Utrecht, maar het kleine in de noordoostpunt van Brabant. De Duitse Paasvakantie was begonnen en dat was onderweg te merken aan de files. Nog net op tijd arriveerden de Winterswijkers achter de borden.

Joachim Musholt ruilde snel de dames. Met allebei twee toren en vijf pionnen werd tot remise besloten. Reinhard Cvetkovic verloor snel twee pionnen en incasseerde een nul. Stefan Telöken kwam met licht voordeel uit de openingsartikel met een loper van dezelfde kleur en vastgezette pionnen is een geen doorkomen aan. Han van de Laar speelde volgens hem zelf een waardeloze partij en verloor kansloos. Henk te Brinke speelde een dijk van een partij, totdat hij een stuk in de aanbieding deed. Gerard Klein Langenhorst stond de hele tijd zwaar onder druk, maar sleepte er toch een remise uit. André Houwers staat de hele tijd prima en maakte het fraai af. Luc van Harxen kwam niet goed uit de opening en verloor geruisloos. Zo resteerden er voor WSG tweeënhalve punt.

Cupwinst voor Lauri en Sylvan

Lauri heeft de Achterhoek-cup gewonnen. Op de laatste speeldag won zij driemaal. Evi wist met twee zeges Bram, die eenmaal won, nog van de tweede plaats te verdringen. Sylvan won ook driemaal en werd daardoor winnaar van de Winterswijk-cup. Emma pakte op de laatste speelavond twee zeges en werd tweede. Raphaël bleef Ruben net voor in de strijd om de derde plaats. Ze hadden evenveel punten, maar Raphaël kreeg daarbij sterkere tegenstanders.

Gerard Harbers tweede bij veteranen

Gerard Harbers won in de zevende en laatste ronde van het SBO-veteranenkampioenschap van Anjo Anjewierden en kwam daarmee op 5,5 uit 7. Omdat koploper Ton Ellenbroek het lange tijd moeilijk had, leek Harbers zelfs nog de opvolger te worden van Walter Schmeing, maar Ellenbroek won alsnog en Harbers werd tweede. Schmeing werd met 4,5 uit 7 vierde. Dick Boogaard en Marcel Krosenbrink, recent nog jungseniorenmeister van het district Borken, haalden 3,5 punten. Jaap Wolters weds met 4,5 vierde in de D-groep en mocht ook een prijs in ontvangst nemen.