WSG 1 begon de competitie met drie zeges op min of meer gelijkwaardige tegenstanders. En hoewel weinigen echt geloofden in titelkansen, moet je er natuurlijk wel voor gaan als de kans zich aandient. Paul Keres stond tenslotte slechts een half bordpuntje voor, maar bracht wel gemiddeld ongeveer 100 ratingpunten meer achter de borden.

De spelers in actie. Bij het vierde bord (links op de foto) hangt de jas van de fotograaf. Hij wacht op zijn tegenstander, die bij de verkeerde speelzaal was.
Na een uur spelen zag het er nog zeker niet slecht uit. Alleen Carsten ter Horst stond op het oog moeilijk (en hij verloor ook als eerste) en bij Arjan van Lith was de stelling ook enigszins verdacht.
Maar naarmate de tijd vorderde ging de extra kwaliteit van de thuisclub toch een rol spelen. Reinhard Funke had een pluspion, maar de tegenstander had druk. Remise was het resultaat. Arjan van Lith wist nog te ontsnappen, waardoor zijn tegenstander met eeuwig schaak de remise veiligstelde. Invaller Reinhard Cvetkovic, die op de heenreis nog over gebrek aan vorm had gesproken, speelde uitstekend en had in de slotstelling (remise) misschien wel kansen op meer.
Gerard Harbers leek ook lange tijd uitzicht te hebben op een halfje, maar een verkeerde volgorde brak hem op. Marcel Krosenbrink taxeerde een spannende zet van zijn tegenstander verkeerd en kwam daardoor van een gelijke in een verloren stelling. Jochem Mullink had een kwaliteit voor een loper en pion, maar zijn tegenstander had tegenspel. Jochem ging een remise uit de weg en moest dat later bekopen met een nederlaag. Alleen Arent Luimes speelde nog. Hij kwam in het beruchte eindspel van Toren plus f- en h-pion tegen Toren, waarin de verdediging goede remisekansen heeft. In de praktijk wist Arent met veel manoeuvreren toch te winnen en gaf de nederlaag met 5½-2½ een dragelijker aanzicht. Arent blijft daarmee topscorer.