Allereerst een rectificatie op het verslag van vorige week, waarin werd beschreven hoe Gerard Klein Langenhorst koploper werd. Het was een beetje zoals die belegen mop over die man die naar Parijs ging. Hij ging niet. Want Gerard bleek toch geen koploper. Het indelingsprogramma bleek nog niet helemaal goed ingesteld en zo was René Albersmann ook na ronde 2 nog steeds de nummer 1.
René moest het in de derde ronde opnemen tegen titelverdediger Marcel Krosenbrink. Met een kleine truc veroverde Marcel een pion. En dat was voor hem, op de been gehouden. door paracetamol, een mooie kans om even later remise aan te bieden. Eieren voor zijn geld zullen we maar zeggen.
Voordat de speelavond begon werden nog enkele spelers in het zonnetje gezet. Henrik Lösing omdat hij 25 jaar lid was van het WSG. Hij ontving een pen met inscriptie. Carsten ter Horst was vorig seizoen derde geworden. Omdat de derde ronde zijn eerste bezoek aan de club was, kreeg hij alsnog zijn beker uitgereikt.

De beker staat naast het bord van Carsten. Het bracht hem kennelijk geluk, want hij won zijn partij.
Ook deze week waren er weer nieuwe deelnemers aan de onderlinge competitie. Hoewel niet echt nieuw natuurlijk. Zowel Jochem Mullink als André Houwers zijn er echter lange tijd niet bij geweest op dinsdagavond. Welkom terug. En verleerd zijn ze het zeker nog niet. Zowel André als Jochem konden vrij snel een overwinning op hun conto bijschrijven.
En dan ga je een keer vroeg naar huis en dan mis je meteen één van de meest verrassende uitslagen van de laatste jaren. Op het scoreformulier stond 0-1 bij de partij tussen Henri Abbink en Luc van Harxen, die op de foto zichtbaar zijn op het tweede bord. Luc is daarmee opgeklommen naar de derde plaats (verslag MK).