Ronde 28: Paardenkoers

In ronde 26 was Jochem Mullink de koppositie kwijtgeraakt aan Henri Abbink, in deze ronde kreeg hij de kans om die terug te veroveren. Want de nummer 1 en 2 van de ranglijst speelden tegen elkaar.
Of liever 2 en 1, want Jochem had wit. Toen ik om 21.00 uur de speelzaal binnenstapte, leek er weinig aan de hand.

Jochem had weliswaar het loperpaar, maar zijn pionstructuur zag er op het eerste gezicht iets minder goed uit. Nadat ik een tijdje op de gang had staan praten, stond Henri opeens een kwaliteit achter. Had ik een briljante manoeuvre van Jochem gemist ? Nee, Henri had de kwaliteit gewoon weggegeven. “Ik stond eigenlijk best goed”, was dan ook zijn commentaar na afloop. Jochem staat nu weer op pole-position om de kampioensschaal binnen te halen.

Han Schuurmans houdt niet van saaie potjes en ook tegen Manfred Schmeing kreeg hij een leuke stelling op het bord. In onderstaand diagram leek het wel op een concours hippique met al die paarden als kuddedieren bij elkaar in de rechter bovenhoek.

Han maakte het daarna mooi af met een kwaliteitsoffer.

Opmerkelijk was ook de partij tussen Willy Wilting en Dries van ’t Slot. Na zo’n twee uur spelen werd tot remise besloten. Een mooi resultaat voor Dries, die op de ratinglijst toch aardig wat puntjes minder heeft dan Willy. Maar op de klok had hij wel een fikse voorsprong. En wat het meest in het oog sprong, er was nog geen enkel stuk of pion van het bord af. De beide pionnenketens stonden bijna als een harmonica in elkaar geschoven. Eén van de toeschouwers vroeg zich af of dat wel eens vaker was voorgekomen bij het WSG. Dat is niet uit te sluiten, maar een concreet geval waarbij de partij eindigde met alles nog op het bord, kon niemand zich herinneren (verslag MK).