Ronde 27: Koffiehuisschaak in bekerfinale

De 19e eeuw leek te herleven in de bekerfinale tussen Jochem Mullink en Alfred Schley. Zij speelden een onvervalste koffiehuispartij in de stijl van Morphy en Anderssen. In de laatste vier seizoenen speelden Alfred en Jochem driemaal in de bekerfinale tegen elkaar. Dat is misschien niet zo’n verrassing voor Jochem, maar dat de nummer 8 van de huidige competitie dat voor elkaar krijgt is wel opmerkelijk. Zou het deze cupfighter deze keer wel lukken om de beker te winnen ? ‘Aller guten Dinge sind drei’ luidt tenslotte de Duitse zegswijze. In het Nederlands zouden we zeggen ‘driemaal is scheepsrecht’ of zoals onze Vlaamse zuiderburen ‘derde keer, goede keer’.
Alfred kreeg vanwege zijn lagere rating twee uur bedenktijd, Jochem één. Maar Jochem had wel wit. Na de 9e zet van wit (Dd2) was de volgende stelling bereikt.

De beste zet voor zwart is nu Pf5, maar ook dan staat wit al op +3. Zwart probeerde het met 9….e6. De truc is dat zwart na Lxh6 Dh4+ kan spelen, waardoor zijn problemen voor een groot deel zijn opgelost. Wit vervolgde echter met 10. Lg5! en dat bracht de waardering op +8. Met 10…Db6 probeerde zwart er nog wat van te maken. Na 11. Lxh6 Lxh6, 12. Dxh6 Dxb2, 13. Kd2 Dxa1, 14. Pf3 Ld7 staat zwart weliswaar een kwaliteit voor maar wit staat op +12.

Maar dat het tij snel kan keren in zo’n hyperscherpe stelling bewijzen de volgende zetten. Winnend is Dg7 Tf8, Pe4 met de niet te verdedigen dreiging Pf6. Wit speelde echter 15. Pg5 en opeens was de stelling volgens de computer weer in evenwicht. 15….Pa6, 16. xe6 En nu is het zelfs -4. Het was vrij lastig te beoordelen dat Pxf7 de kansen in evenwicht hield, maar het is van enorm belang voor wit dat zwart niet lang kan rokeren (en daarmee een extra toren in de aanval betrekken) en dat kan hij nu wel. 16…..0-0-0, 17. e7 Lg4+, 18. xd8D Txd8+, 19. Ld3 Dxh1 Er heeft in feite een heel ingewikkelde torenruil plaatsgevonden. 20. Pxf7

Dxg2+ Ligt voor de hand en zwart staat nog steeds beter, maar na Txd3+, Kxd3 Df1+ wint zwart het paard op f7 en blijft hij een stuk voor. 21. Kc1 Dg1+ Nog steeds houdt zwart na Txd3 de overhand, nu is de stelling weer in balans. 22. Kb2 Dd4, 23. Pxd8 Db4+, 24. Kc1 Dxc3+, 25. Pf7 Da1+, 26. Kd2 Dd1+, 27. Kc3 Da1+, 28. Kd2 Dd1+, 29. Kc3 en remise door eeuwig schaak.
Een bijzondere partij. Een snelschaakpartij met 14 om 6 minuten moest nu de beslissing brengen moest nu de doorslag geven. Ook dat potje verliep spannend. Maar uiteindelijk hield Jochem nog 11 seconden over toen hij mat wist te zeten.
In de competitie was de partij tussen de koploper in de C-groep Rob Voogd en zijn naaste achtervolger Henk te Brinke de belangrijkste. Volgens Henk had hij het al eerder kunnen beslissen, maar hij mocht van geluk spreken dat Rob het na een zware partij in onderstaande stelling niet meer zag zitten om verder te spelen.

Wit lijkt inderdaad heel goed te staan, want na bijvoorbeeld Ta6+ moet zwart de dekking van f5 los laten. Maar met Kg6 had zwart zich nog kunnen redden. Als dan Ta6 volgt kan hij nog Kh5 spelen en hangen er ook witte pionnen. Zeker niet makkelijk om uit te spelen, maar er waren nog remisekansen (verslag MK).