In de eerste ronde van de derde en laatste periode was de stemming behoorlijk vredelievend. Maar liefst de helft van de 14 partijen eindigde in remise. En vlot ging het ook. Even voor tienen werd er nog maar op twee borden gespeeld.

Als één na laatste was de partij tussen Carsten ter Horst en Han Schuurmans afgelopen.

Han verzuchtte na 20 gespeelde zetten dat hij nu moest opgeven. De omstanders waren enigszins verbaasd, maar Han bleek het bij het rechte eind te hebben. Na bijvoorbeeld Pd5 leidt zowel b5 (waar Han voor vreesde) als Lxa6 (wat Carsten van plan was) tot een +5 stelling.
En toen zaten alleen Eelco Ubbels en Kay Ruesink nog achter de borden. Deze partij zou uiteindelijk in remise eindigen, maar op het moment dat de voorlaatste partij was afgelopen stonden alle seinen voor Kay (zwart) nog op rood.

Wit heeft met c5 de zwarte pion op d6 in een lelijke penning gezet. Na ….g5, Lg3 Th7 is het eigenlijk alleen maar erger geworden, omdat nu ook de zwarte toren op h7 in een aftrekaanval staat.
Met e5 dxe5, Lxh7 Dxh7 had wit nu een kwaliteit voor een pion kunnen winnen met behoud van een mooie stelling. Wit staat echter zo goed dat hij volgens de computer zelfs zijn stelling nog eerst kan verbeteren zonder al meteen materiaal te winnen. Bijvoorbeeld Tad1 gevolgd door Ld3.
Het gespeelde cxd6 Lxd6 was ook prima, als daarna wel e5 komt. Nadat wit Lxd6 Dxd6 deed, is hij echter plots zijn voordeel kwijt, omdat op e5 nu Dd2 volgt met matdreiging op g2. Of ook het tussenschaak Dd4. In beide gevallen kan de toren op h7 niet geslagen worden (verslag MK).