Tegelijk met ronde 20 werd vanwege vakantieplannen van één van de spelers de eerste halve finale van de beker vooruit gespeeld. Alfred Schley en Willy Wilting traden tegen elkaar in het strijdperk. Willy bleef lang in een egelstelling op de achterste drie rijen hangen, maar kwam er daarna goed uit met het loperpaar tegen paardenkoppel. In wederzijdse tijdnood bleek Alfred echter koelbloediger. Daarmee staat Alfred voor de derde keer in vier jaar in de bekerfinale. Voor de nummer 13 van de ranglijst toch wel een opmerkelijke prestatie. De vorige twee keer speelde hij in de eindstrijd tegen Jochem Mullink. Dat kan nu ook gebeuren. Alleen Rene Albersmann kan dat over twee weken nog voorkomen.
In de onderlinge competitie liep Jochem overigens tegen zijn eerste puntverlies op. Geert ten Hietbrink behandelde de opening beter en nadat een pion van hem al snel op h6 kwam werd het penibel voor Jochem.

Het kwaliteitsoffer Txc3 is volgens de computer hier de beste zet en dat zegt wel iets over de zwarte (en witte) stelling. Na Lxb6 Dxb6, xc3 Ph5 (beter Txh6), xe5 xe5, Dd3 0-0 volgde sterk Dd5. Er volgde Lxa3+, Kb1 Dc7

Heel sterk is nu Thf1, omdat na Dxc3 Dxf7+ een geforceerde winst voor wit (Txf7, h7+ Txh7, Td8+ Kg7, Tff7+ Kh6, Txh7) oplevert. Dat is natuurlijk moeilijk te zien, maar ook na het gespeelde Db3 staat wit nog heel goed. Geert zag echter teveel spoken (of dacht hij teveel aan het ratingverschil) en er werd tot remise besloten. Waarmee Jochem voor de tweede keer binnen vier dagen goed weg kwam.
Ook in de partij tussen Bert te Sligte en Carsten ter Horst verscheen er snel een pion middenin de vijandelijke stelling. In dit geval op e3. Het bleek een doorn die Bert niet meer kon verwijderen.

Bert dacht met h2-h4 de verdediger van de lastige zwarte e-pion weg te kunnen jagen. Maar hij kwam bedrogen uit. Lxh4 !. Na xh4 Dxh4dreigt er mat op h1, want door die lastige pion op e3 is het vluchtveld f2 niet toegankelijk. Twee zetten later moest Bert opgeven.
Ook in de partij tussen Henri Abbink en Manfred Schmeing speelde een ver opgerukte pion een hoofdrol. De pion van Henri kwam in het middenspel zelfs tot f7.

Hier was voor zwart geen eer meer aan te behalen.
Henk te Brinke kwam goed weg tegen Henk Doppenberg. Laatstgenoemde had een pion gewonnen en een koningsaanval.

Henk (teB) heeft Tg8 gespeeld. Een “makkelijke” oplossing is nu Dxg8 Dxg8, Lxg8 Kxg8 Lxc7 en wit staat twee pionnen en een kwaliteit voor. Henk (D) wilde het echter mooi doen en speelde Dh5. Na Tg7, Ld3+ Kg8 liep de aanval echter dood, hoewel wit nog steeds duidelijk beter staat.
ER was echter wel een mooie oplossing. Als wit Lf5 speelt in plaats van Ld3 heeft hij na Kg8 het schaakje Le6 gevolgd door Dh8 (verslag MK).