Zonder telefoon kun je tegenwoordig niet veel meer. In ieder geval geen foto’s maken. Dus weinig stellingen vandaag in het verslag, maar een ouderwets chronologische weergave.
Luc van Harxen en Geert ten Hietbrink waren als eerste klaar. Luc zag iets over het hoofd en Geert profiteerde. Wim Kweldam en Alex Derksen volgden niet veel later. Wim had de dame al snel gevangen en dat was genoeg voor de zege. Ook bij Jan Eckhardt en Wouter de Waal gingen de stukken al vroeg weer in de doos. jan had een paard meer, maar Wouter wist met eeuwig schaak toch remise af te dwingen.
Daarna bleef het even rustig op het uitslagenformulier, totdat jan Willem Klein Poelhuis een vol punt kon bijschrijven tegen Marcel Kok. In de partij tussen Han van de Laar en Rob Voogd wisselden de kansen regelmatig. Maar met een kwaliteit (tegen een pion) minder wist Han toch de overwinning naar zich toe te trekken. Ook Han Schuurmans kon een vol punt bijschrijven. Gerard Klein Langenhorst speelde nog lang door, maar hij had te weinig materiaal om nog een vuist te kunnen maken. Dat was uiteindelijk ook het lot van Bram Wilterdink in zijn partij tegen Mark Burgers, al had Bram in het begin kansen op meer gehad.
Er waren nog slechts vier partijen bezig. Alfred Schley leek met twee torens op de onderste rij René Albersmann nog in de problemen te kunnen brengen, maar die wist een klein luchtgaatje voor de koning te vinden en dat was voldoende om te ontsnappen en de materiële voorsprong te gelde te maken. Bert te Sligte bracht een variant op het bord die hij nog kende uit de cursus van Frank Kroeze. Maar hoewel Henri Abbink die cursus niet gevolgd had, won hij wel een pion. De compensatie was op een gegeven moment niet echt meer in zicht, maar Bert wist er toch nog een remise uit te slepen.
Jorden van Foreest had die middag een fraaie zege geboekt in het Tata-toernooi met een vroeg h4 in de London. Henk Doppenberg volgde dat voorbeeld in zijn partij met Manfred Schmeing. Jorden speelde de h-pion snel door naar de zesde rij. Bij Henk kwam die uiteindelijk ook op h6 terecht, maar intussen had Manfred al materiaal gewonnen.
Willy Wilting en Marcel Krosenbrink waren het langste bezig. En dat kwam onder andere door zet 15 die maar liefst 46 minuten in beslag nam. En ook zet 16 mocht er wezen, daar dachten beide spelers in totaal 31 minuten over na. En zo ben je met twee zetten vijf kwartier verder. En het opmerkelijke was dat de geïnvesteerde bedenktijd niet steeds tot de beste zetten leidde. Al moet gezegd dat de stelling met veel slagmogelijkheden ook niet echt simpel was.
Onderstaand de stelling na zet 14.

Volgens de door mij gebruikte engine is het nu min of meer gelijk. Wit kan bijvoorbeeld Pxd4 of Pfg5 spelen. Willy koos na bijna een half uur voor Lg5 en dat blijkt een waardering van -2 op te leveren. Als zwart tenminste Pxd4, Dxd4 xc3, xc3 a6 had gespeeld. Hij koos echter voor Ph5 en daarmee was de stelling weer in evenwicht. Er volgde na wederom lang nadenken van beide zijden Pxd4 Pxd4 (Lxg5 was hier de beste zet), Txd4 Ted8, Txd8. Met Tc4 had wit echter de winst kunnen pakken, omdat de dame nu de dekking van e7 moet loslaten.
Het loopt voor Marcel met een sisser af. In de tijdnoodfase die later aanbrak, miste hij nog een mat in 1, maar hij won wel (verslag MK).