Ronde 10: Uitgeschakeld

Tegelijk met ronde 10 werd de tweede ronde van de bekercompetitie gespeeld. Al waren het slechts twee van de vier geplande partijen. In één van die partijen kwamen de finalisten van vorig jaar in actie. Paul van der Lee wist zich te revancheren voor de nederlaag die hij toen tegen Marcel Krosenbrink leed. Daar zag het aanvankelijk nog niet naar uit.

Zwart (Paul) heeft 10. h6-h5 gespeeld en wit profiteert met de dubbele aanval 11. De2.
Na 11….De7, 12. Pxh5 Pb6, 13. a3 Pc6, 14. 0-0-0 Ld7 ging wit in de fout met 15. Pg3, waar hij eerst h4 had moeten spelen.
Zwart profiteerde meteen met 15…Th4 en wist daarna de zwakke pionnen op de koningsvleugel één voor één onder vuur te nemen.

Ook Willy Wilting ging naar de volgende ronde door een snelle overwinning op Erik Maris.

De loting voor de kwartfinale op 13 januari leverde het volgende op:
Jochem Mullink/Geert ten Hietbrink-Carsten ter Horst
Willy Wilting-Henk te Brinke/Kay Ruesink
Paul van der Lee-Alfred Schley (1.15 uur-1.45 uur)
Henri Abbink-René Albersmann (1.30 uur-1.30 uur)

In de competitie trok de topper tussen René Albersmann en Jochem Mullink het meeste bekijks. René had met een dubbelpion op de koningsvleugel een klein structureel nadeeltje.
In onderstaande stelling staat zwart (Jochem) dan ook iets beter, maar het is nog niet één, twee, drie gewonnen.

Wit gooit met e4 de knuppel in het hoenderhok. Pxb4 faalt nu op e5+ en zwart besluit na lang nadenken tot het beste antwoord: Td4. De partij vervolgt met: exd5 (beter Ke2) Txe3, dxe6 Txf3, Te4

De meeste zwartspelers zouden hier zonder met de ogen te knipperen Ke7 hebben gespeeld, want je moet de pion tenslotte tegenhouden. Jochem begon echter weer na te denken en kwam met Tf4 op de proppen. De stelling na Txf4 gxf4, Ke2 Kxe6, Kd3 is bij optimaal spel echter niet gewonnen voor zwart. Ke7 wel. Wit geloofde echter de berekening van zwart en speelde Te3. Hoewel wit daarna nog een min of meer dezelfde kans kreeg, verloor hij uiteindelijk de pionnen op b4 en e6, waardoor zwart de winst kon grijpen.

Een opmerkelijk einde kende de partij tussen Han van de Laar en Jan Eckhardt.

Zwart (Jan) zich hier het dreigende gevaar van Pd6+ en loste dat op met Pe4, Hij had echter niet gezien dat het na Pc7 mat is.