Emma wint topper

In ronde 21 wist Emma de topper tegen Sylvan in haar voordeel te beslissen, waardoor zij nog een kleine kans op de tweede plaats heeft. Bram stond maar liefst drie stukken achter tegen Raphaël, maar hij wist toch nog te winnen.

Uitslagen: Noëla-Nathan 0-1, Loraine-Ruben V 1-0, Julia-Sem 0-1, Thijn-Ruben R 0-1, Bram-Raphaël 1-0, Emma-Sylvan 1-0.


Hoesten

Het kan bijna niet anders of de clubavond wordt volgende week een stuk minder bezocht. Er waren zoveel spelers aan het hoesten en kuchen dat het een wonder is dat er niet meer spelers de komende week ziek gaan worden.

Alfred Schley heeft de laatste weken prima resultaten laten zien en mocht het nu opnemen tegen koploper Henri Abbink. Hij verloor een stuk voor een pion, maar had daar zoveel tegenspel voor dat hij toch nog met remise wist te ontsnappen. Jochem Mullink, de nummer twee van de ranglijst wist ook te ontsnappen. Toen in het eindspel Jochem zat te overwegen hoe hij desnoods remise moet maken, gaf Bert te Sligte op. Hij had niet gezien dat zijn paard nog een goed veld had. Oscar Wamelink zit nog steeds in de flow van zijn schaakleven. Ook tegen Walter Schmeing, toch één van de hoogstgerate spelers, bleef hij ogenschijnlijk moeiteloos overeind en bereikte een remise dame-eindspel. Dick Boogaard had niet gezien dat zijn paard van h3 niet meer wegkon. In plaats van een versplinterde koningsstelling koos hij voor de vlucht naar voren. Daarmee maakte hij Marcel Krosenbrink nog wel zenuwachtig, maar het resultaat bleef toch 0-1. Mark Burgers won al snel een pion tegen Thiemen Dekker, maar Thiemen bleef naar kansjes zoeken. En die kwamen er. Mark speelde een paar mindere zetten en verloor alsnog. Evi Maris kwam ook op lichte achterstand, maar ze bleef zoals we van haar gewend zijn op de aanval spelen. Met een mooi torenoffer lokte ze de verdedigende dame weg en zette mat met dame en de andere toren. De overige partijen heb ik onvoldoende gezien om er iets zinnigs over te kunnen zeggen. Al is nog wel vermeldenswaard dat Ulf Bierkämper tegen Dick Labee zijn derde remise wist te scoren. De eerste overwinning komt steeds dichterbij.

Klaudio Kolakovic wint cup

Clubkampioen Klaudio Kolakovic heeft de beker gewonnen. Hij werd daarmee opvolger van Arjan van Lith, die zijn titel niet verdedigde. Klaudio won in de finale van Gerard Harbers, die niet goed uit de opening kwam. Al snel had hij en een dubbelpion en een slechte loper op b2. Gerard wist ten koste van een pion nog wel enig spel te ontwikkelen, maar dat was toch te weinig om Klaudio, die met zwart speelde, nog te verontrusten.

A2 pakt kampioen punt af

WSG A2 heeft in de laatste wedstrijd van het seizoen koploper Rijssen een zware avond voorgeschoteld. Uiteindelijk werd het 2-2 en dat was voor Rijssen voldoende om de titel te pakken. Bram Wilterdink en Evi Maris verloren, Thiemen Dekker en Lauri Maris wonnen hun partij. WSG A1 wachtte tegelijkertijd tevergeefs op Minerva, maar door het resultaat van Rijssen waren de titelkansen van WSG toch al vervlogen.

Ronde 24: Henri Abbink neemt koppositie over!

Met een verschil van slechts 0,7 punt heeft Henri Abbink de koppositie in de interne competitie van het WSG overgenomen. Hij heeft nu 1232,7 punten tegen Jochem Mullink 1232,0. Misschien is zo’n kleine voorsprong, in het schaatsen of zwemmen niet ongebruikelijk, wel te vergelijken met één extra pionzet in de afgelopen 24 partijen. Als dat al zo is (iedere vergelijking gaat mank), dan werd die pionzet afgelopen dinsdag gesymboliseerd in de partij tussen Henri en Dick Boogaard. Er was al ruim 3 uur gespeeld, en er waren zo’n 34 zetten gedaan. Het enige dat van het bord was, was aan beide zijden een licht stuk, ik dacht de loper. Alle pionnen en overige stukken stonden nog op het bord. Dick vergat echter voldoende luchtgaatjes te maken en één pionnenzetje werd hem fataal. Het kostte een paard en Dick gaf meteen op. Komt er dan toch nog een spannend slot aan deze competitie? De komende ronden zullen het gaan uitwijzen.

Oscar Wamelink onderstreepte zijn goede vorm tegen Jochem Mullink. Hij stond wel even wat minder, maar al met al kon hij de stelling goed houden, ook toen beide spelers in tijdnood begonnen te komen. “Het gaat de laatste tijd wel lekker, ja”, was zijn treffende opmerking. Henk te Brinke hield het lang vol tegen Walter Schmeing. Toen Henk een iets ‘te wild’ zetje deed kostte hem dat een pion. Daarna was het niet zo moeilijk meer voor Walter. Lauri Maris werd op de K-vleugel onder de voet gelopen door Klaudio Kolakovic. Even leek ze nog wel een goede verdediging op te kunnen bouwen, maar Klaudio had al genoeg materiaal verzameld, onder andere op de h-lijn om een alles beslissende aanval in te zetten.

Alfred Sley speelde een schitterende aanvalspartij tegen Han Schuurmans. Alfreds favoriete opening, het Morra-gambiet, kwam op het bord. Dat vereist heel nauwkeurig tegenspel, anders is de oogst voor de gambietpion een geruïneerde K-stelling en vaak ook nog stukwinst. Alfred speelde het goed uit en gaf Han geen kans terug te komen. Na het stukverlies gaf hij dan ook maar op. Han van de Laar ruilde al vrij snel alles af tegen Thiemen Dekker. Hij kwam daardoor weliswaar iets beter te staan, maar vond het te weinig om risico’s te nemen. In plaats daarvan bood hij (tweemaal) remise aan. Thiemen ging eerst toch nog even op zoek naar aanknopingspunten, maar even later was de remise toch een feit.

Bij Mark Burgers en Reinhard Cvetkovic was het een dolle boel op het bord. Over en weer stonden er stukken in of waren er penningen. Het leek er vaak op dat Mark ging winnen, maar telkens kon Reinhard het keepen. Toen Mark remise aanbod en kreeg, bleek dat zijn stelling nog steeds gewonnen was. De tweede mazzelpartij op rij voor Reinhard. Evi Maris kwam tegen David Poole een pion achter en ze moest haar heil zoeken in allerlei trucjes. Die vond ze ook, want er dreigde mat achter de paaltjes. Toen David even niet goed oplette was het ook zover.

Kay Ruesink raakte in min of meer gelijke stelling een paard kwijt. Dat bood Erik Maris de gelegenheid het hele bord van Kay leeg te roven. Na het halen van een dame was het mat zetten niet meer zo moeilijk. Jaap Wolters en Jan Eckhardt maakten er een lange partij van. Het leek er even op dat Jaap iets meer ruimtevoordeel had, maar dat was niet beslissend genoeg. Nadat de spelers eens om zich heen keken en zagen dat bijna iedereen al naar huis was, werd er tot remise besloten. Henk van Beek had niet zoveel moeite tegen Ulf Bierkämper. Henk gaf Ulf nog wel het advies mee niet te lang te wachten met rokeren. Ulf stelde dat te lang uit waardoor hij steeds meer in de gevarenzone kwam. Henk Freriks was na enige weken weer terug op de clubavond, maar had tegen Paul Dekker zijn vorm nog niet gevonden. Paul daarentegen komt er steeds beter in en won dan ook van Henk.

De speelzaal op 26 maart om 22.38 uur. Nog twee partijen bezig van de twaalf.
Jaap Wolters en Jan Eckhardt komen aanstonds remise overeen.

Dick overziet het slagveld en gaat opgeven. De punten zijn voor Henri. Net genoeg voor de koppositie!

Cup-team in halve finale

Max Euwe ontving WSG met een behoorlijk sterke opstelling, waarmee de kwartfinale van de SBO-cup een spannende strijd beloofde te worden. Henrik Lösing had best een aardige stelling, maar mogelijk door iets te snel spel overzag hij pionverlies en daarna streed hij voor een verloren zaak. Gerard Harbers kwam met het loperpaar uit een opening, maar hij kreeg te weinig tijd om dat te verzilveren. Er resteerde een remise-eindspel. Arent Luimes onderstreepte nogmaals dat hij in grootse vorm is. Met zwart wist hij de sterkste speler van de thuisclub te verslaan door telkens lastige zetten te doen, waarop zijn opponent uiteindelijk had antwoord schuldig moest blijven. Marcel Krosenbrink had een licht voordelige stelling die hij in de uitvluggerfase wist uit te bouwen tot een gewonnen stelling (1,5-2,5).

Sem stijgt

In ronde 20 van de jeugdcompetitie maar weinig veranderingen in de stand. Alleen Sem wist door een overwinning twee plaatsen te stijgen.

Uitslagen: Bram-Emma 1-0, Sylvan-Raphaël 1-0, Nathan-Ruben V ½-½, Sem-Thijn 1-0, Ruben R-Daniel 0-1, Bas-Kanaan 1-0.

Ronde 23: De afgebroken partij

De laatste afgebroken partij dateert alweer van 19 april 2017. Toen kwam dat omdat we even kortstondig om 23.00 uur uit de speelzaal moesten. Gisteren hadden we weer een afgebroken partij. Een zeldzaamheid. Ik zal zo uitleggen wat het betekent. Eerst maar even de partijen. 

Oscar Wamelink behaalde een schitterende overwinning op Henri Abbink. Alhoewel beiden een keer remise aanboden, was het toch Oscar die in de slotfase het beste van het spel had. Eigenlijk kun je zeggen dat hij Henri op zijn eigen terrein versloeg. Oscar won in ieder geval fraai een remiseachtige stelling. Walter Schmeing en Klaudio Kolakovic speelden remise. Voor het zover was, ging er een lange strijd aan vooraf. De partij bleef echter in evenwicht. Dick Boogaard kwam, zoals wel vaker, niet zo denderend uit de opening tegen Alfred Schley. In ieder geval vond hij dat zelf. In het middenspel loste hij alle problemen op en nog voor de overgang naar het eindspel werd ook hier tot remise besloten. Joachim Musholt had weinig moeite met Han van de Laar. Han pakte de Siciliaanse verdediging niet goed aan en Joachim liet geen spaan heel van de aangebrande stelling.

Reinhard Cvetkovic en Henrik Lösing braken om 23.45 uur hun partij noodgedwongen af. Ze hadden toen al ruim in de 100 zetten gedaan en de tijd was nog lang niet op. De vijftigzettenregel was nog niet van toepassing omdat Hendrik af en toe een pionzet kon doen. Hij had nog 2 pionnen, inmiddels 1, en beiden hebben dame en koning. Omdat het nog lang kon gaan duren en het sluitingstijd was, werd de stelling, zoals vroeger gebruikelijk, genoteerd op een gesloten envelop waarin de zet is opgeschreven. Henrik gaf die zet af. Later deze week zal blijken wat de uitslag wordt. Vooralsnog staat deze op remise. Het vervolg van de partij staat voor volgende week op het programma. Dan gaan ze verder met de tijd die nog resteert. Tenzij er natuurlijk eerder een uitslag wordt overeengekomen. Waarschijnlijk zal de computer daarin wel het laatste woord hebben. Inmiddels is het remise geworden.

Manfred Schmeing moest alle zeilen bijzetten tegen Rob Voogd. Het was een scherpe partij waarbij regelmatig van alles in stond. Na torenwinst kon Manfred de partij naar zich toetrekken. Jaap Wolters en Dick Labee speelden een vrij vlotte remise. David Poole bouwde zijn materiele voorsprong tegen Freek Deunk rustig uit, ondertussen met matzetjes strooiend. Ulf Bierkämper kon het niet bolwerken tegen Max Eisenbart. Max had wel alle tijd nodig om Ulf op de knieën te krijgen. Omdat Max volgende week een paar maanden in Nieuw-Zeeland zit en daarna in Leeuwarden gaat studeren is dit (vooralsnog) zijn laatste partij geweest bij het WSG. Hij doet iedereen de groeten. Als een na laatste speelde Henk van Beek tegen Kay Ruesink. Het werd daar ook een latertje. Beiden hielden de eveneens scherpe partij toch in evenwicht. Het matnet van Kay klapte net niet dicht. Dus remise.

De Polgarzusjes

Dan nog even over de afgebroken partij. Vroeger (in de vorige eeuw) werden er partijen van 2 uur p.p. gespeeld, daarin moesten 40 zetten worden gedaan. Was er dan nog geen beslissing, dan werd de partij afgebroken en een week later voortgezet. Dat gebeurde intern, maar ook extern. Je kon dan b.v. een week later ’s avonds weer naar Hengelo, Almelo, Enschede etc. reizen om nog een paar zetten te doen, afhankelijk van de stelling. Een schaakcomputer was er nog niet. Soms werden die partijen ook niet uitgespeeld,  maar telefonisch werd een uitslag overeen gekomen. Datzelfde  gebeurde ook in de landelijke competitie. Daar was het speeltempo 40 zetten in twee uur en daarna nog 20 zetten in een uur. Maar als de partij dan nog niet klaar was, werd deze afgebroken. Die partij moest dan binnen 15 dagen worden uitgespeeld, ongeacht de afstand. Als de spelers niet tot overeenstemming kwamen over uitslag en/of de locatie, werd die partij een week later vastgesteld op dezelfde locatie. In die tijd (jaren 80 en 90) was ik nationaal arbiter (wedstrijdleider) en leidde regelmatig wedstrijden uit de meester- en eerste klasse. Zo ook in 1992. HSG (Hilversum) speelde in en tegen SMB (Nijmegen). De drie Polgarzusjes speelden voor Hilversum. Goke Bal en Dick Boogaard waren met me meegereden om naar die wedstrijd te kijken. De zussen zorgden altijd voor veel publiek. Ik meen dat het Fitzgerald Krudde (SMB) was die tegen Zsuzsa Polgar afbrak. Volgens sommige omstanders was het redelijk remise-achtig. Het onderhandelen tussen de teamleiders en de spelers begon. Om een lang verhaal kort te maken. Krudde kon niet eerder dan die zaterdag, waarop naar verwachting de bond de partij zou laten uitspelen. Toen zat er niets anders op voor HSG om de partij op te geven want de Polgarfamilie vloog  die donderdag ervoor terug naar Hongarije. Het wedstrijdformulier werd toen, enigszins mopperend, alsnog ondertekend. Een vreemd slot dus.

Achttal houdt titel in zicht

In de voorlaatste ronde speelde het achttal in Borne. Henk te Brinke won als eerste een stuk, maar achteraf bleek hij de enige die niet won. Hij liet zich nog verrassen met eeuwig schaak. Mark Burgers snoerde zijn tegenstander in die daarop een stuk gaf. De tegenstander van Gerard Harbers speelde iets te agressief g5 en dat kon zijn stelling niet hebben. De opponent van Arjan van Lith speelde hem met zijn opzet in de kaart en zo kon Arjan een sterke aanval inzetten. Han Schuurmans offerde een stuk voor twee pionnen en hield daarna zijn tegenstander constant onder druk totdat die bezweek. Marcel Krosenbrink had nog niet zoveel bereikt, maar hij had een actievere stelling en dat betaalde zich toch uit. Bert te Sligte leek al snel heel goed te staan, maar deed er uiteindelijk toch nog redelijk lang over de winst binnen te halen. Arent Luimes was – niet ongebruikelijk – het langste bezig. Toen won snel een pion en veel later een stuk. Dat bleek voldoende: 0,5-7,5.