Categoriearchief: Interne competitie

Ronde 24: Henri Abbink neemt koppositie over!

Met een verschil van slechts 0,7 punt heeft Henri Abbink de koppositie in de interne competitie van het WSG overgenomen. Hij heeft nu 1232,7 punten tegen Jochem Mullink 1232,0. Misschien is zo’n kleine voorsprong, in het schaatsen of zwemmen niet ongebruikelijk, wel te vergelijken met één extra pionzet in de afgelopen 24 partijen. Als dat al zo is (iedere vergelijking gaat mank), dan werd die pionzet afgelopen dinsdag gesymboliseerd in de partij tussen Henri en Dick Boogaard. Er was al ruim 3 uur gespeeld, en er waren zo’n 34 zetten gedaan. Het enige dat van het bord was, was aan beide zijden een licht stuk, ik dacht de loper. Alle pionnen en overige stukken stonden nog op het bord. Dick vergat echter voldoende luchtgaatjes te maken en één pionnenzetje werd hem fataal. Het kostte een paard en Dick gaf meteen op. Komt er dan toch nog een spannend slot aan deze competitie? De komende ronden zullen het gaan uitwijzen.

Oscar Wamelink onderstreepte zijn goede vorm tegen Jochem Mullink. Hij stond wel even wat minder, maar al met al kon hij de stelling goed houden, ook toen beide spelers in tijdnood begonnen te komen. “Het gaat de laatste tijd wel lekker, ja”, was zijn treffende opmerking. Henk te Brinke hield het lang vol tegen Walter Schmeing. Toen Henk een iets ‘te wild’ zetje deed kostte hem dat een pion. Daarna was het niet zo moeilijk meer voor Walter. Lauri Maris werd op de K-vleugel onder de voet gelopen door Klaudio Kolakovic. Even leek ze nog wel een goede verdediging op te kunnen bouwen, maar Klaudio had al genoeg materiaal verzameld, onder andere op de h-lijn om een alles beslissende aanval in te zetten.

Alfred Sley speelde een schitterende aanvalspartij tegen Han Schuurmans. Alfreds favoriete opening, het Morra-gambiet, kwam op het bord. Dat vereist heel nauwkeurig tegenspel, anders is de oogst voor de gambietpion een geruïneerde K-stelling en vaak ook nog stukwinst. Alfred speelde het goed uit en gaf Han geen kans terug te komen. Na het stukverlies gaf hij dan ook maar op. Han van de Laar ruilde al vrij snel alles af tegen Thiemen Dekker. Hij kwam daardoor weliswaar iets beter te staan, maar vond het te weinig om risico’s te nemen. In plaats daarvan bood hij (tweemaal) remise aan. Thiemen ging eerst toch nog even op zoek naar aanknopingspunten, maar even later was de remise toch een feit.

Bij Mark Burgers en Reinhard Cvetkovic was het een dolle boel op het bord. Over en weer stonden er stukken in of waren er penningen. Het leek er vaak op dat Mark ging winnen, maar telkens kon Reinhard het keepen. Toen Mark remise aanbod en kreeg, bleek dat zijn stelling nog steeds gewonnen was. De tweede mazzelpartij op rij voor Reinhard. Evi Maris kwam tegen David Poole een pion achter en ze moest haar heil zoeken in allerlei trucjes. Die vond ze ook, want er dreigde mat achter de paaltjes. Toen David even niet goed oplette was het ook zover.

Kay Ruesink raakte in min of meer gelijke stelling een paard kwijt. Dat bood Erik Maris de gelegenheid het hele bord van Kay leeg te roven. Na het halen van een dame was het mat zetten niet meer zo moeilijk. Jaap Wolters en Jan Eckhardt maakten er een lange partij van. Het leek er even op dat Jaap iets meer ruimtevoordeel had, maar dat was niet beslissend genoeg. Nadat de spelers eens om zich heen keken en zagen dat bijna iedereen al naar huis was, werd er tot remise besloten. Henk van Beek had niet zoveel moeite tegen Ulf Bierkämper. Henk gaf Ulf nog wel het advies mee niet te lang te wachten met rokeren. Ulf stelde dat te lang uit waardoor hij steeds meer in de gevarenzone kwam. Henk Freriks was na enige weken weer terug op de clubavond, maar had tegen Paul Dekker zijn vorm nog niet gevonden. Paul daarentegen komt er steeds beter in en won dan ook van Henk.

De speelzaal op 26 maart om 22.38 uur. Nog twee partijen bezig van de twaalf.
Jaap Wolters en Jan Eckhardt komen aanstonds remise overeen.

Dick overziet het slagveld en gaat opgeven. De punten zijn voor Henri. Net genoeg voor de koppositie!

Ronde 23: De afgebroken partij

De laatste afgebroken partij dateert alweer van 19 april 2017. Toen kwam dat omdat we even kortstondig om 23.00 uur uit de speelzaal moesten. Gisteren hadden we weer een afgebroken partij. Een zeldzaamheid. Ik zal zo uitleggen wat het betekent. Eerst maar even de partijen. 

Oscar Wamelink behaalde een schitterende overwinning op Henri Abbink. Alhoewel beiden een keer remise aanboden, was het toch Oscar die in de slotfase het beste van het spel had. Eigenlijk kun je zeggen dat hij Henri op zijn eigen terrein versloeg. Oscar won in ieder geval fraai een remiseachtige stelling. Walter Schmeing en Klaudio Kolakovic speelden remise. Voor het zover was, ging er een lange strijd aan vooraf. De partij bleef echter in evenwicht. Dick Boogaard kwam, zoals wel vaker, niet zo denderend uit de opening tegen Alfred Schley. In ieder geval vond hij dat zelf. In het middenspel loste hij alle problemen op en nog voor de overgang naar het eindspel werd ook hier tot remise besloten. Joachim Musholt had weinig moeite met Han van de Laar. Han pakte de Siciliaanse verdediging niet goed aan en Joachim liet geen spaan heel van de aangebrande stelling.

Reinhard Cvetkovic en Henrik Lösing braken om 23.45 uur hun partij noodgedwongen af. Ze hadden toen al ruim in de 100 zetten gedaan en de tijd was nog lang niet op. De vijftigzettenregel was nog niet van toepassing omdat Hendrik af en toe een pionzet kon doen. Hij had nog 2 pionnen, inmiddels 1, en beiden hebben dame en koning. Omdat het nog lang kon gaan duren en het sluitingstijd was, werd de stelling, zoals vroeger gebruikelijk, genoteerd op een gesloten envelop waarin de zet is opgeschreven. Henrik gaf die zet af. Later deze week zal blijken wat de uitslag wordt. Vooralsnog staat deze op remise. Het vervolg van de partij staat voor volgende week op het programma. Dan gaan ze verder met de tijd die nog resteert. Tenzij er natuurlijk eerder een uitslag wordt overeengekomen. Waarschijnlijk zal de computer daarin wel het laatste woord hebben. Inmiddels is het remise geworden.

Manfred Schmeing moest alle zeilen bijzetten tegen Rob Voogd. Het was een scherpe partij waarbij regelmatig van alles in stond. Na torenwinst kon Manfred de partij naar zich toetrekken. Jaap Wolters en Dick Labee speelden een vrij vlotte remise. David Poole bouwde zijn materiele voorsprong tegen Freek Deunk rustig uit, ondertussen met matzetjes strooiend. Ulf Bierkämper kon het niet bolwerken tegen Max Eisenbart. Max had wel alle tijd nodig om Ulf op de knieën te krijgen. Omdat Max volgende week een paar maanden in Nieuw-Zeeland zit en daarna in Leeuwarden gaat studeren is dit (vooralsnog) zijn laatste partij geweest bij het WSG. Hij doet iedereen de groeten. Als een na laatste speelde Henk van Beek tegen Kay Ruesink. Het werd daar ook een latertje. Beiden hielden de eveneens scherpe partij toch in evenwicht. Het matnet van Kay klapte net niet dicht. Dus remise.

De Polgarzusjes

Dan nog even over de afgebroken partij. Vroeger (in de vorige eeuw) werden er partijen van 2 uur p.p. gespeeld, daarin moesten 40 zetten worden gedaan. Was er dan nog geen beslissing, dan werd de partij afgebroken en een week later voortgezet. Dat gebeurde intern, maar ook extern. Je kon dan b.v. een week later ’s avonds weer naar Hengelo, Almelo, Enschede etc. reizen om nog een paar zetten te doen, afhankelijk van de stelling. Een schaakcomputer was er nog niet. Soms werden die partijen ook niet uitgespeeld,  maar telefonisch werd een uitslag overeen gekomen. Datzelfde  gebeurde ook in de landelijke competitie. Daar was het speeltempo 40 zetten in twee uur en daarna nog 20 zetten in een uur. Maar als de partij dan nog niet klaar was, werd deze afgebroken. Die partij moest dan binnen 15 dagen worden uitgespeeld, ongeacht de afstand. Als de spelers niet tot overeenstemming kwamen over uitslag en/of de locatie, werd die partij een week later vastgesteld op dezelfde locatie. In die tijd (jaren 80 en 90) was ik nationaal arbiter (wedstrijdleider) en leidde regelmatig wedstrijden uit de meester- en eerste klasse. Zo ook in 1992. HSG (Hilversum) speelde in en tegen SMB (Nijmegen). De drie Polgarzusjes speelden voor Hilversum. Goke Bal en Dick Boogaard waren met me meegereden om naar die wedstrijd te kijken. De zussen zorgden altijd voor veel publiek. Ik meen dat het Fitzgerald Krudde (SMB) was die tegen Zsuzsa Polgar afbrak. Volgens sommige omstanders was het redelijk remise-achtig. Het onderhandelen tussen de teamleiders en de spelers begon. Om een lang verhaal kort te maken. Krudde kon niet eerder dan die zaterdag, waarop naar verwachting de bond de partij zou laten uitspelen. Toen zat er niets anders op voor HSG om de partij op te geven want de Polgarfamilie vloog  die donderdag ervoor terug naar Hongarije. Het wedstrijdformulier werd toen, enigszins mopperend, alsnog ondertekend. Een vreemd slot dus.

Pat

Maar liefst twee van de vijf competitiepartijen eindigden in pat. Dat blijft toch altijd opletten als je ver voor staat. Uitslagen: Nathan-Sylvan ½-½, Raphaël-Loraine 1-0, Julia-Noëla 0-1, Ruben V-Thijn 1-0, Sem-Bas ½-½.

Ronde 22: Abbink nadert Mullink

Omdat ik zelf niet aanwezig was bij de 22ste ronde van de interne competitie van het WSG heeft Marcel Krosenbrink, met dank, het verslag gemaakt.

Marcel: “Zelf speelde ik tegen Evi Maris. Zij speelt altijd vlotjes, dus de kans dat ik als eerste klaar zou zijn was aanwezig. Nadat Evi één pionnetje teveel had meegesnoept, kwam ze terecht in een matnet. Redelijk vlot klaar, maar toch niet als eerste. Toen ik het scoreformulier bekeek waren de partijen tussen Henk van Beek en Freek Deunk en tussen Alfred Schley en Frank Roodzant ook al voorbij. Niets van gezien. De uitslag moet het verhaal vertellen over deze partijen. Paul Dekker stond een stuk achter tegen Henk Wiggers, dat zou normaal gesproken niet goed aflopen en dat deed het ook niet. De jongste spelers Thiemen Dekker en Lauri Maris speelden tegen elkaar, toch een potje met enig prestige, want wie is nu eigenlijk de “jeugdkampioen”? Ditmaal was dat Lauri. Dick Labee stond zwaar onder druk over de diagonaal a1-h8 en ook nog een loper achter. Toen de partij afgelopen was vroeg ik me af of er nog een wonder was gebeurd. Dat bleek niet het geval, Rob Voogd had ‘gewoon’ het punt binnengehaald. Mark Burgers en Erik Maris waren ook al vrij snel klaar. Een partij met een uitslag waar Professor Elo geen opmerkingen over zou hebben.

Na zeven beslissingen viel dan uiteindelijk ook nog een remise. Bert te Sligte bood het aan en na enige nadenken nam Oscar Wamelink het aan. “Ik denk dat ik ietsje beter stond, maar niet genoeg om te winnen”. Dat leek mij een juiste conclusie in het eindspel met alle zware stukken nog op het bord. Han Schuurmans maakte het Walter Schmeing knap lastig, maar die kon nog net afwikkelen naar een toreneindspel met minuspion. Omdat die toren de koning van Han afsneed was dat voldoende voor de tweede remise van de avond. En toen waren er nog maar twee partijen bezig. Henrik Lösing had een stuk geofferd (?). En wat had hij daar voor terug? Een pion, een koning van de tegenstander die al op de zesde rij stond, terwijl zijn stukken voornamelijk de achterste rij warm hielden. En niet te vergeten, een forse voorsprong op de klok. Het was duidelijk, Peter Hoens moest in zijn eerste partij na zijn break meteen fors aan de bak.

Ook Henk te Brinke, samen met Oscar één van de verrassingen dit seizoen, was nog als laatste aan het schaken. Hij had tegen Henri Abbink met de zet g4 de knuppel in het hoenderhok gegooid. Maar Henri reageerde daar rustig op met Kh8. De bal lag weer in het kamp van Henk, maar die zette de aanval niet voortvarend voort. Hierdoor kon Henri het initiatief naar zich toetrekken en winnen. Hij nadert koploper Jochem Mullink nu wel erg snel. .

Ronde 21: ‘Ik was weer eens aan Winnetou’

Frank Roodzant speelde tegen David Poole en Frank citeerde na afloop zijn grote held en voorbeeld Old Schatterhand: “Ik was weer eens aan Winnetou.”  Ik wilde jullie deze leuke woordgrap niet onthouden.

“Wir kämpfen bis zum Umfallen”, dat waren de woorden van Walter Schmeing, toen hij hoorde dat hij en Gerard Harbers als laatsten hadden gespeeld. Dat het remise werd, deed niets af aan de strijdlust. Ook remise, maar dan een potremise, zoals André vertelde, werd het tussen Max Eisenbart en André Houwers, Dick Labee en Henk Wiggers en Thiemen Dekker en Joachim Musholt. “Hij heeft goed gespeeld”, zou Joachim over die partij opmerken.

Verder vielen er alleen maar beslissingen op de met zeventien partijen druk bezochte speelavond. Lauri Maris kon het nog niet bolwerken tegen Henri Abbink. Dick Boogaard dacht een pion te winnen tegen Bert te Sligte, maar toen bleek dat het een stuk kostte, gaf hij meteen op. Henk te Brinke delfde het onderspit tegen Oscar Wamelink. Henk valt daarmee net buiten de top 10 terwijl Oscar inmiddels een hele fraaie vijfde plaats bezet. Het leek er even op dat de partij tussen Han van de Laar en Mark Burgers een vlotte remise zou worden, maar Mark begin wat positionele foutjes in ruil voor een -vage- aanval. Die aanval werd gepareerd en het punt was voor Han. Henrik Lösing speelde tegen zijn Stadtlohnse clubgenoot Alfred Sley. De overwinning ging naar Henrik. Ook Evi Maris behaalde het volle pond in een spannende pot tegen Jan Willem Klein Poelhuis. Dat deed ook Gerard Klein Langenhorst tegen Jaap Wolters. Het leek even of Jaap beter stond, maar Gerard kon alle aanvallen toch pareren.

Manfred Schmeing was te sterk voor Erik Maris en Rob Voogd kreeg zelfs een eindspel tegen Kay Ruesink, waarin hij twee torens meer had. Jan Eckhardt had allerlei penningen tegen Henk van Beek. Teveel voor Henk om ze allemaal op te lossen. Daan Slager liet er geen gras over groeien en ging meteen in de aanval tegen Ulf Bierkämper. Die kwam maar niet goed los en zijn stukken stonden erg passief. Een snelle overwinning voor Daan, de eerste van de avond. Tussen Freek Deunk en Paul Dekker duurde het wat langer. Maar een verkeerde damezet van Freek gaf Paul de gelegenheid een flinke aanval te beginnen met paarden en lopers, zijn dame stond stand-by. Daarmee won Paul materiaal en kon de partij verder rustig uitspelen.

Volgende week 5 maart is het in verband met de voorjaarsvakantie Schaak Vrij. Wil je meedoen? De aanvang van de eerste ronde is 19.30 uur. Er worden vier ronden van maximaal 40 minuten gespeeld.

Old Shatterhand samen met Winnetou

Ronde 20: B.B.H.H.

Vroeger, lang geleden, had je een spelletje dat bestond uit allemaal kaarten met teksten. Je moet dan van ieder stapeltje met eigen kleur en onderwerp er een pakken en aan elkaar leggen. Dan kreeg je meestal ‘grappige’ zinnen. Dat was de tijd dat spelletjes nog simpel waren. Ik herinner me zo het kaartje waarop stond B.B.H.H. (Bezigheden Buitens Huis Hebbende). Ik heb me vaak afgevraagd wie die afkorting gebruikte. Wellicht een arts, advocaat of notaris. In ieder geval iemand die vanuit een -statig- huis werkte en die, als hij naar buiten ging, het bordje BBHH ophing en voor de zekerheid ook maar het touwtje uit de brievenbus haalde, om aan te tonen dat er niemand thuis was.

Nou, in ieder geval had ik de afgelopen speelronde ook bezigheden elders. Dus een uitgebreid verslag (alhoewel) zit er niet in. Toen ik tegen 21.15 uur terugkwam zag ik, een op het punt van vertrekken staande, Frank Roodzant. “Op de zesde zet deed ik het al fout. Ik ben in ieder geval vroeg thuis.” Volgens Erik heeft die partij tegen Evi Maris misschien net twaalf zetten geduurd. Ook Bert te Sligte zag ik niet meer, Denk dat hij ook naar huis was om naar het voetballen te kijken. Ondertussen had hij van Lauri Maris gewonnen. Erik Maris zelf had goede kansen tegen Thiemen Dekker, maar hij vergooide die. Jochem Mullink moest hard werken tegen Henk te Brinke. Maar toen Jochem de kwaliteit won en zijn koning uit het eeuwig schaak kon houden, was het pleit beslecht. Henri Abbink kon het niet bolwerken  tegen Walter Schmeing. Toen Henri de dame dreigde te verliezen, gaf hij maar op. Joachim Musholt was kansloos tegen Oscar Wamelink, zij waren ook al vroeg klaar. Een stuk langer duurde het bij Jan Willem Klein Poelhuis en Gerard Klein Langenhorst. Gerard veroverde een stuk en kon de partij met zijn vrijpionnen beslissen. Alfred Sley moest, terwijl hij aanviel, goed op zijn verdediging letten tegen Rob Voogd. Een klein foutje kon fataal zijn. Rob moest echter de kwaliteit geven om mat te voorkomen, maar Alfred liet toen al niet meer los. Hij debuteert inmiddels met 2,5 punt uit 3 partijen.

André Houwers had niet zoveel problemen met Jaap Wolters. Jaap: “mijn hoofd staat er niet naar.” David Poole was lang bezig en hij viel aan met een stuk meer dan Jan had om zijn stelling te verdedigen. David bleef het voordeel en de druk verder uitbouwen, met mat tot gevolg. Henk van Beek en Dick Labee besloten op een gegeven moment er remise van te maken. Kay Ruesink was zichtbaar blij met zijn overwinning tegen Paul Dekker. Zo te zien aan hem had het wat inspanning gekost. Dat was ook het geval bij Freek Deunk en Ulf Bierkämper. Ulf had het betere van het spel, maar hij liet het ergens liggen. Freek was er als de kippen bij om het heft in handen te nemen en een zet voor het mat gaf Ulf op.

Ronde 19: Gespenster

Met veertien interne partijen en zes externe, was het weer een gezellige drukte bij Willinks. Gelukkig konden we er ook weer terecht, want de bouwkundige aanpassingen waren achter de rug. De opvallendste partij van de 19de ronde was die tussen Dick Boogaard en Joachim Musholt. Joachim had steeds het initiatief en terwijl Dick enigszins verloren op de D-vleugel tegenkansen probeerde te scheppen, bleef Joachim aan het roer. Net toen Joachim dreigde toe te slaan met een mataanval met dame en loper, zag hij Gespenster en bood remise aan. Dick was er als de kippen bij om het aan te nemen. Later bleek ook dat het toen in zowat alle varianten uit was. Mazzeltje voor Dick dus. Een narrow escape. Jaap Wolters en Alfred Sley speelden een spannende pot. Het initiatief lag steeds bij Alfred en hij kon dus ook het punt bijschrijven. Hij lijkt zijn draai op de club gevonden te hebben.

Kay Ruesink speelde een mooie partij tegen Freek Deunk. Kay kwam enkele pionnen voor en hij verdedigde die goed, ondertussen rukte hij stapje voor stapje op. In het verleden kwam het nog wel eens voor dat hij zijn voordeel met één zet weggaf, maar dat was nu niet het geval. Walter Schmeing en Jochem Mullink speelden remise. Het werd een vlotte afruilpartij en de pionnenstructuur van Walter leek iets beter dan die van Jochem, maar niet genoeg voor de winst. Zo ging het ook bij Klaudio Kolakovic en Han Schuurmans. Geen van beiden kwam echt in het voordeel en Han had het idee dat hij zeker niet slechter stond bij het remiseaanbod van Klaudio. Maar met het halve punt was hij wel tevreden. Henri Abbink trok aan het langste eind tegen Thiemen Dekker. Thiemen onderschatte de aanval van Henri op de a-lijn en zo werd het een niet zo’n heel moeilijke winst voor Henri.

Oscar Wamelink blijft maar winnen. Dit keer was hij te sterk voor Gerard Klein Langenhorst. Met vijf punten uit de laatste zes wedstrijden heeft hij zich -definitief?- genesteld in de top 10. Tussen Lauri Maris en Han van de Laar werden de stukken snel afgeruild. Han bood daarop remise aan, maar Lauri wilde nog even kijken of er wat de halen viel op de D-vleugel. Toen dat niet het geval was werd er alsnog tot remise besloten. Manfred Schmeing moest heel wat harder werken voor zijn remise tegen Evi Maris. Evi had twee pionnen minder en er kwam een eindspel van torens tegen dame op het bord plus razende tijdnood voor Manfred. Evi kon met haar dame toch zetherhaling afdwingen. Remise derhalve. Erik Maris kon het niet bolwerken tegen Jan Willem Klein Poelhuis. Rob Voogd liep Max Eisenbart onder de voet. André Houwers was te sterk voor Henk van Beek. Jan Eckhardt en Dick Labee hielden het op remise. De stelling was steeds in evenwicht. Daniël Barachtsjansky had een pluspion tegen Paul Dekker en dat eindspel speelde hij goed uit. Gaf geen pionnen meer weg en zijn toren stichtte meer gevaar dan de toren van Paul. Knap uitgespeeld. Puntje erbij dus voor Daniel.

Ronde 18: Kroegschaak

Het was weer een memorabele schaakavond. We zijn inmiddels al wel wat gewend, maar als je deze avond moet plaatsen op de lijst van meest luidruchtige, dan komt dinsdag 5 februari zeker in de top drie terecht. Maar eerlijk is eerlijk: de omstandigheden in café `t Weurden waren voor iedereen gelijk en de een zal er meer last van hebben gehad dan de ander. Reden van de verhuizing is dat ze bij Willinks aan het verbouwen zijn. Volgende week is alles weer normaal.

Er waren twaalf partijen. Daarvan werden er zeven in de achterruimte gespeeld en vijf  halfweg naar boven. De ruimte was dus oké en de bediening weer allervriendelijkst. Het ongemak zat hem in geluid. Zo zat ik eerst te ‘genieten’ van Andrea Bocelli met het nummer Con Te Partirò alvorens weer een zet te doen. 

Tussen het mijmeren door zat ik opeens te denken aan alle locaties waar we hebben gespeeld. Zelf ben ik in Winterswijk in 1982 begonnen, toen nog in het Kronenhuis. Ook Dick Boogaard begon daar in 1973. Verder terug reikt onze herinnering niet, alhoewel ik me door Harrie Koenen en Goke Bal heb laten vertellen dat ze ook in Hotel de Klok aan de Markt hebben gespeeld. Tevens in het Parochiegebouw (het latere Eucalypta). Daar sloot de laatste schaker af en gooide de sleutel weer door de brievenbus. Als ik het goed heb begrepen eindigde de schaakavond pas als de jonge jenever (met suiker) en de vieux op waren. Zonder uitputtend te zijn of de chronologische volgorde in acht te nemen, hebben we na al die jaren Kronenhuis verder nog gespeeld in de bovenruimte van café `t Weurden, in café de Sprong aan de Markt, in een achterruimte van zaal Nijenhuis en uiteraard bij Willinks. En als we eens moesten uitwijken, hebben we ook wel in het Balkanrestaurant boven de Zwaan gezeten.

Verder kan ik me toernooien herinneren die gehouden werden in zaal Nijenhuis (Berkelsteden), maar er staat me ook nog bij dat de eerste keer dat het Berkelstedentoernooi door ons is georganiseerd (jaren tachtig),  we dat bij Boogie Woogie hebben gedaan. We hebben natuurlijk ook een tijdje in Hotel Frerikshof gespeeld. Daar moesten we iedere week borden en stukken meenemen en die stonden dan bij Dick thuis in de gang. In het Fletcher hotel zoals het inmiddels heet, hebben we ook een keer ons rapidtoernooi gehouden en diverse malen extern gespeeld. Het budocentrum waar de jeugd actief is, verdient ook een plaats in dit lijstje. In het budocentrum ontvangen we tevens om de twee jaar onze schaakvrienden uit Südlohn. De jeugd heeft ook lang in speeltuingebouw het Kreil gespeeld, tevens bij Eucalypta en op de Stegemanschool. We hebben inmiddels ook tweemaal extern gespeeld in  het Zonnebrinkcentrum. Schaak Overdag werd destijds (jaren negentig) gehouden in Eucalypta, net als een aantal schaakcursussen. Daar vonden ook een aantal rapidtoernooien plaats (Jan Denkers memorial). Mocht ik iets vergeten zijn dan hoor ik het graag en voeg het toe. Misschien nog de cafés waar we schaakten tijdens het kroegenschaaktoernooi, zoals  de Boemel, de Buurvrouw  en de Kiekeboebar

Van de partijen heb ik niet veel gezien, maar één reactie wil ik jullie niet onthouden. Het commentaar van Frank Roodzant op zijn verliespartij tegen Oscar Wamelink. “Hij speelde goed, ik heb terecht verloren. Nu even uitjanken, de dekens van bed trappen en flink met het kussen slaan. Dan is het wel weer over.” Omdat Frank zijn boekje had laten liggen mailde ik hem gisterenavond nog even. Dit was zijn commentaar. “Dat heb ik nou altijd hè, als ik door wanhoop overmand word. Dan vergeet ik alles om me heen. Maar elk nadeel hep zijn voordeel. Hoef ik dat boekje gelukkig een week niet meer te zien.”

We mochten weer een nieuw lid begroeten. Alfred Schley speelt ook in Stadtlohn en nu dus ook bij het WSG. Welkom Alfred.

Tot de volgende keer, bij Willinks!

Schaken in café `t Weurden

Ronde 16: Dortmund

Het gebeurt niet iedere week dat een speler die in Dortmund woont, bij ons in de interne competitie speelt. Toch is Daniel Teloeken  (zoon van) geen onbekende. Hij valt af en toe in bij WSG 1 en heeft in 2014 ook in de interne competitie gespeeld. In het notatieboekje dat hij afgelopen dinsdag bij zich had, stond nog zijn laatste interne partij van zo’n vier jaar geleden. Daniel zal zeker niet iedere week komen, want zoals gezegd, hij studeert, woont en werkt in Dortmund, maar hij had vakantie en wilde graag tegen een sterke tegenstander spelen. Althans, dat was het app-verzoek van vader Stefan. Gerard Harbers leek me daarvoor de juiste opponent, want die houdt ook wel van flinke tegenstand. Het  werd een mooie laveerpartij, waarbij een piondoorbraak van Gerard op de valreep mislukte. Het toren-pionneneindspel werd een prooi voor Daniel.

Dan de overige partijen. Evi Maris kon tegen Ulf Bierkämper een dubbelschaak geven en dat kostte Ulf een toren. Voldoende voor Evi om te winnen. Ook Lauri Maris was vlot klaar tegen Kay Ruesink en ook hier ging Lauri het eindspel in met een toren meer. Rob Voogd en Erik Maris maakten er een spannende pot van. Het was Rob die beter stond maar Erik die een tegenaanval inzette. Vanwege het gebrek aan tijd werd tot remise besloten. ‘We komen er goed van af’, was de conclusie van beiden.

Gerard Klein Langenhorst maakte tegen Thiemen Dekker al in de opening een fout. Hoewel hij het nog lang vol hield, liep hij toch steeds een beetje achter de feiten aan. Het duurde nog tot het eindspel; toen kon Thiemen het met een kwaliteit meer afronden. Henk te Brinke had ondertussen al van Jaap Wolters gewonnen. Henk won na 14 zetten de kwaliteit en toen was het verder een kwestie van techniek. Oscar Wamelink en Dick Boogaard maakten er een ingewikkelde partij van. Het ging dan ook lang gelijk op en de uitslag viel moeilijk te voorspellen. Twee zwakke zetten op rij kostten Oscar uiteindelijk toch de kop. Han Schuurmans en Han van de Laar kwamen in een Siciliaanse partij terecht, waarbij Han S al eens Han L had aanbevolen niet 2. …; e6 maar 2. …; d6 te spelen Of die zet doorslaggevend was, is de vraag. Han S kreeg weliswaar het beste van het spel, maar uiteindelijk werd toch tot remise besloten. Henri Abbink is met een goede reeks bezig. Met 5 uit 6 bleef hij ook Marcel Krosenbrink de baas. Marcel lukt het maar niet om de aansluiting naar te top te vinden. In een eindspel met ongelijke lopers en 1 tegen 2 pionnen leek het remise te gaan worden, maar Henri had die ene pion van Marcel vastgelegd, zijn eigen pion gedekt  en met zijn koning was hij op zoek naar pionpromotie. Voor de omstanders een mooi staaltje eindspeltechniek.

Freek Deunk heeft de smaak te pakken. Vorige week een nipte nederlaag en deze keer remise tegen Dick Labee. “Volgende week hoop ik te winnen”, was zijn enthousiaste commentaar. De partij was razend ingewikkeld maar de spelers hielden elkaar toch in evenwicht. Ook debutant Paul Dekker speelde een ingewikkelde partij tegen Jan Eckhardt. Hoewel Jan iets beter stond probeerde Paul het toch met een alles-of-nietsaanval. Maar hij had te weinig tijd om alles goed door te rekenen. Met het weggeven van de torens en het wegtikken van de tijd, verloor hij zijn eerste interne partij, maar er volgen meer partijen.

Ronde 15: Vijfenveertig!

Met de komst van drie nieuwe leden, zitten we inmiddels op 45 schakers die aan de interne competitie deelnemen. Eigenlijk moeten we zeggen 44, omdat Richard Pooth om gezondheidsredenen, helaas begin dit seizoen, af heeft moeten zeggen als lid. Van de drie nieuwe leden speelde alleen Freek Deunk en hij had een goed debuut. Weliswaar won hij niet van Jan Willem Klein Poelhuis, maar zeker in het eindspel zat hij toch dichtbij de winst. Het was de laatste partij die nog bezig was die avond. Welkom in ieder geval Freek. Ook nieuw zijn Paul Dekker, de vader van Thiemen, die al trouw toeschouwer was, maar nu zelf ook gaat spelen en Lukas Doering, die al een kijkje op de club heeft genomen. Ook welkom.

Naast de kwartfinale voor de beker werden er nog twaalf wedstrijden voor de interne competitie gespeeld. Kay Ruesink won van Daan Slager. Winnen deed ook Daniël Barachtsjansky. Jan Eckhardt ging in betere stelling door zijn vlag en Daniël had toen nog een seconde over. Achteraf bleek dat de klok niet goed was ingesteld. Er kwam geen 20 seconden per zet erbij. Omdat beiden onder gelijke omstandigheden speelden en er niet door de spelers tijdens de partij werd gereclameerd, bleef de uitslag zoals die was. Henk Wiggers verloor van David Poole. Dick Labee van Max Eisenbart. Rob Voogd van Lauri Maris. Oscar Wamelink won van Evi Maris. Hij zette Evi mat met twee dames en had nog wat pionnen achter de hand mocht het nodig zijn. Erik Maris kon het niet bolwerken tegen Walter Schmeing, die met een stuk meer en matdreigingen Erik tot opgave dwong. Gerard Klein Langenhorst maakte naar eigen zeggen teveel fouten en gaf al snel een toren weg. Henri Abbink had er toen niet zoveel moeite meer mee. Jochem Mullink pakte het weer rustig aan tegen Joachim Musholt. Hij creëerde druk en overwicht op de D-vleugel en met een kwaliteit meer kon Joachim pionverlies of pionpromotie niet voorkomen. Puntje voor de koploper dus.