Categoriearchief: Intern

Ronde 31: Volop strijd

Er waren nog drie ronden te gaan, inmiddels dus twee,  en er werd nog volop gestreden voor de punten.

Jochem Mullink deed de beste zaken. Hij won van Thiemen Dekker. Niet dat het zo makkelijk ging, integendeel, er kwam een gelijke materiaalverhouding op het bord met beiden het loperpaar, torens en een handvol pionnen. Thiemen moest, om een doorbraak te voorkomen, de kwaliteit offeren. Dat was uiteindelijk te veel van het goede. Slechte zaken deed de nummer twee uit de stand, Henri Abbink. Hij liet te veel het initiatief over aan Marcel Krosenbrink en kwam niet goed los. Marcel domineerde de stelling en via de zevende rij wist hij zoveel materiaal te veroveren dat Henri opgaf. Qua materiaal stond het volkomen gelijk toen Joachim Musholt opgaf tegen Klaudio Kolakovic. Deze kende de stelling nog uit zijn hoofd en hij had van de stelling van Joachim een gatenkaas gemaakt. Die zag geen tegenspel meer voor zichzelf en gaf op. Han van de Laar probeerde met afruilen een houdbare stelling op te bouwen tegen Bert te Sligte. Nadeel was wel dat Han een soort kluitjesvoetbal speelde. Alles stond op elkaar en in de weg. Bert laveerde dusdanig dat zijn paarden materiaalwinst afdwongen. Puntje voor Bert dus.

Dick Boogaard had het idee iets minder te staan tegen Han Schuurmans, maar het was toch ook wel houdbaar (hoopte hij). Nog voor de overgang naar het eindspel besloten beiden tot remise. Evi Maris werd onder de voet gelopen door Mark Burgers. Mark rukte op via de koningsvleugel en Evi moest kiezen tussen stukverlies of mat. Ze koos voor het eerste, maar kon de partij uiteindelijk toch niet meer houden. Erik Maris en Henk te Brinke maakten er een tijdnoodspektakel van. Het was lastig te zien wat de beste zetten waren. Dat gold niet alleen voor de toeschouwers maar ook voor de spelers zelf. Uiteindelijk kon Henk toch voorkomen dat de twee pionnen die Erik nog had doorliepen. Zijn paard hield ze in bedwang. Daarmee was de remise een feit. André Houwers liet toe dat Gerard Klein Langenhorst over de koningsvleugel een fikse aanval opzette. Zeker toen Gerard e4 en f4 kon spelen was het alle hens aan dek voor André. Hij moest echter een stuk geven om de pionnen af te stoppen. Daarna was het voor Gerard nog een kwestie van zorgvuldig uitspelen. Dat lukte.

Jaap Wolters haalde tegen Henk van Beek weer zijn oude vertrouwde Sokolsky-opening (de Orang Oetan) van stal: 1.b2-b4. Hij zocht dan ook meteen de aanval op de damevleugel. Met veel kunst- en vliegwerk kon Henk lang stand houden, maar Jaap liet niet meer los. “Het verstand komt met de jaren”, zei hij tegen de iets jongere Van Beek. Het leek erop dat David Poole snel zou gaan winnen van Rob Voogd. Hij won al meteen de kwaliteit en Rob had ook nog een tochtige koning. Toch bleven de zetten elkaar maar opvolgen, dus zo eenvoudig was het nog niet. Rob bleef met een kwaliteit minder spelen, maar hij pareerde wel iedere aanval. Toen Rob met een listig schaakje de dame kon vangen van David was het pleit beslecht in Robs voordeel. Jan Eckhardt en Paul Dekker speelden een boeiende partij. Beiden zochten de aanval. Het was dan ook lastig om in een oogopslag alle finesses te doorgronden. Jan had meer materiaal en dat gaf uiteindelijk de doorslag. ”Helaas niet goed genoeg”, zou Paul over de partij opmerken. Henk Freriks deed het aanvankelijk kalm aan tegen Freek Deunk. Henk veroverde een paar pionnen en ging het eindspel in met zes pionnen en paard tegen drie pionnen en loper. Freek kon het pionnenverschil nog wel terugbrengen tot twee, maar Henk dreigde op beide vleugels door te lopen met een pion. Toen Henk dan ook uiteindelijk een dame haalde, gaf Freek op.

Volop strijd! Nog twee ronden te gaan tot aan de zomerstop.

Ronde 30: Jochem Mullink op titelkoers

De nummers 1 en 2 van de ranglijst, Jochem Mullink en Henri Abbink, speelden tegen elkaar. Het was eigenlijk de partij, die uit zou maken wie de meeste kansen heeft om clubkampioen van dit seizoen te worden. Aanvankelijk kwam de partij wat kabbelend op gang. Henri zocht met zwart de aanval via de D-vleugel. Maar dit sloeg niet door en Jochem counterde aan de andere kant. Na enkele hachelijke afruiltjes hield Jochem vier verbonden pionnen plus paard over. Daar kon Henri een toren en een  ‘buitenspel staande’ pion tegenover zetten. Jochem bleef koelbloedig, zoals we hem kennen, en rukte langzaam met de pionnen op. Henri gaf op. Met nog drie ronden te gaan is Jochem praktisch zo goed als niet meer te achterhalen.

Met lopers van ongelijke kleur zag het er tussen Oscar Wamelink en Marcel Krosenbrink remiseachtig uit. Ook al won Marcel een pion, het leek houdbaar. Een onvoorzien mat gooide roet in het eten en Oscar moest de koning omleggen. Hij blijft daarmee wel eerste van de B-groep. Zijn naaste belager, Alfred Schley, heeft niet voldoende partijen gespeeld voor die titel, vooropgesteld dat hij Oscar nog zou inhalen. Han Schuurmans speelde onlangs ternauwernood remise tegen Thiemen Dekker. Toen al kroop hij door het oog van de naald. Nu offerde Han een pion met de gedachte die terug te winnen waarna de koning op de tocht kwam te staan. Dat was echter niet zo en de pionwinst werd later stukwinst en tenslotte was het punt knap voor Thiemen. Alfred Schley speelde het Morragambiet tegen Han van de Laar. Han sloeg echter niet door op c3 maar koos voor een andere variant. Hoewel Alfred ruimtevoordeel kreeg, werd er na een flinke afruil toch tot remise besloten. De angel was toen al wel uit de stelling. Henk te Brinke liet zijn paard insluiten tegen Evi Maris. Evi kon een flinke aanval opzetten en Henk moest alle zeilen bijzetten om de stelling te houden. Uiteindelijk kwam hij toch een zeil tekort en hij kapseisde. Ook Lauri Maris kon tegen Jan Willem Klein Poelhuis het volle punt bijschrijven. Ze had al een voorsprong van twee pionnen, maar toen het er vier waren gaf Jan Willem maar op. Lauri neemt, geholpen door haar zus, de koppositie in de C-groep over. Erik Maris kon niet het derde Marispunt  scoren. Henk van Beek maakte eens geen blunder, zoals hij zelf zei. Hij wilde ook geen remise toen Erik het aanbod. Met een mooie manoeuvreerpartij haalde hij het punt binnen.

Frank Roodzant onderschatte zijn tegenstander. Wellicht wat overmoedig geworden omdat hij tegen Freek Deunk al vrij snel goed stond en de kwaliteit had gewonnen, liet hij de partij door zijn vingers glippen. Freek hield stand en nam het initiatief langzaam maar zeker over. Hoewel hij twee keer een mat mistte was het punt na lange strijd wel voor Freek. Jaap Wolters speelde traditiegetrouw 1. b4. Henk Wiggers wist niet goed hoe dat te weerleggen en zag Jaap langzamerhand oprukken. Toen Jaap met een mooie combinatie materiaal won was het alleen nog een kwestie van tijd. Puntje voor Jaap. David Poole kreeg een ingewikkelde aanval te verduren van Paul Dekker. Het leek erop dat deze de doorslag zou geven, maar David wist zich te handhaven en kwam in het voordeel. Dat voordeel nam Paul weer over en hij leek als eerste een dame en wellicht daarmee ook de winst te halen. Echter, het liep anders. Twee keer over haalden beiden tegelijk een dame, maar die laatste van David stond gunstiger en hij trok de partij naar zich toe. Paul heeft het toch ergens laten liggen. Jan Eckhardt won van Ulf Bierkämper. Hoe anders had het kunnen lopen als Ulf de dame had gepakt die Jan in liet staan, maar Ulf overzag het en kwam zo materiaal achter. Jan: “Het had moeilijk voor mij kunnen worden, maar uiteindelijk viel het wel mee.”

Jochem neemt alvast een voorschot op de titel

Spanning rond derde plaats

In de voorlaatste ronde van de jeugdcompetitie verloren de nummers twee en drie van de ranglijst. Voor Sylvan zal dat geen consequenties hebben, maar Emma zal in de laatste ronde nog wel moeten winnen om de derde plaats vast te houden. Anders maken Nathan of Raphaël ook nog een kans op het podium.
Uitslagen:  Loraine-Bram 0-1, Sylvan-Ruben V 0-1, Raphaël-Emma 1-0, Nathan-Thomas 1-0, Thijn-Julia ½-½, Noëla-Bas 0-1, Sem-Loraine 0-1.

Ronde 29: Goede zaken

Een paar spelers deden goede zaken deze ronde. Zo versterkten Jochem Mullink, Oscar Wamelink en Jaap Wolters hun kopposities in respectievelijk  de A-B-D groep. Henk te Brinke, koploper van de C groep, speelde zelf niet, maar ook hij blijft bovenaan staan.

Aanvankelijk kon Han Schuurmans Jochem Mullink nog bijbenen, maar hij kwam langzamerhand toch wel wat minder te staan. Stukverlies deed hem de das om. Henri Abbink probeerde van alles om gelijke tred te houden met Jochem. Echter Han van de Laar verdedigde zich taai en vond in lastige stellingen steeds de goede oplossingen. Verder dan remise kwam Henri dan ook niet. Marcel Krosenbrink kwam al snel een pion voor tegen Alfred Schley. Deze had echter het loperpaar en met 7 tegen 6 pionnen voor Alfred, was hij nog niet kansloos. Toen het pionnenleger gedecimeerd was tot ieders vier stuks, dacht Marcel, die inmiddels in tijdnood was, een stuk te winnen. Dat was ook wel zo, maar de prijs was hoog, want Alfred kon allerlei dreigingen inbouwen. Met nog maar een paar seconden op de klok gaf Marcel op. Alfred blijft het met acht uit elf goed doen.

Oscar Wamelink ging er eens goed voor zitten tegen Reinhard Cvetkovic. Op papier is Reinhard sterker dan Oscar, maar dat bleek niet op het bord. Na de korte rokade van Reinhard kon Oscar met twee paarden toeslaan op g7. Daarmee een bres schietend in Reinhards verdediging. De rest was een kwestie van rustig uitspelen. Bij Gerard Klein Langenhorst en Evi Maris ontstond een lastige stelling op het bord. De centrumpionnen werden snel afgeruild, maar Evi had met haar stukken meer ruimte en overwicht. Dat benutte ze door steeds met mat of materiaalwinst te dreigen. Gerard moest wel hout geven om dat te verhinderen. Ondertussen kroop de tijd op zijn klok verder. Evi liet niet meer los. Ook Lauri Maris greep haar tegenstander Frank Roodzant naar de strot. Frank kreeg nog wel tegenkansen en leek zelfs even mat te kunnen zetten met dame en paard, dan wel eeuwig schaak te forceren. Maar Lauri die ondertussen met twee dames en toren ten aanval was getogen liet Frank niet meer ontsnappen. “Kan ik de tweede helft van het voetbal nog zien”, was zijn berustende commentaar.

Jan Willem Klein Poelhuis hield lang stand tegen Manfred Schmeing. Manfred had echter het loperpaar tegen loper-paard en hij kon met zijn aanval van de ene diagonaal naar de andere switchen. Jan Willem moest steeds meer verzwakkingen toestaan. De laatste werd hem fataal, een ondekbaar mat volgde. Kay Ruesink wilde Jaap Wolters wel voldoende weerwoord geven. Aanvankelijk lukte dat ook wel. Maar Jaap won met zijn paard een toren. Toen het nog een stuk erbij werd, gaf Kay maar op. “Dit valt niet meer te winnen”, zou hij over de stelling zeggen. Ook Dick Labee kwam tegen Jan Eckhardt twee stukken achter en ook Dick zag het hopeloze van zijn stelling in en gaf op. Henk Freriks en Henk van Beek speelden tegen elkaar. Zoals wel vaker houden beiden elkaar goed in evenwicht. Ook in deze editie kwam er geen winnaar uit de partij te voorschijn. Beiden waren met het resultaat wel tevreden. Niet verloren in ieder geval.  

Klaudio Kolakovic wint Schaak Vrij

Ondanks de concurrentie van Ajax, was er bij de laatste speelavond van Schaak Vrij toch een redelijke opkomst. Met 18 verschillende spelers werd er gestreden om de titel in de A-B-C groep, dan wel ging men voor een leuke pot schaak.

Zowel Gerard Harbers als Klaudio Kolakovic hadden voor aanvang van de laatste vier partijen een score van 6,5 uit 8. Het onderlinge resultaat van hun eerdere partij was remise. Omdat beiden de laatste ronden speelden bleef het spannend. Stefan Teloeken won van Klaudio en daarmee leek Gerard de beste papieren te hebben. In de volgende ronde won Klaudio echter het rechtstreekse duel van Gerard. In de laatste twee partijen speelden ze zowel tegen Marcel Krosenbrink als tegen Henrik Lösing. Omdat Klaudio 2 uit 2 scoorde en Gerard 1,5 uit 2 werd Klaudio de winnaar met een score van 9,5 uit 12 = 79%.

Ook spannend was het in de B groep. Daar ging de finale tussen Stefan Teloeken en Han Schuurmans. Een rechtstreekse confrontatie zou beslissen wie de eindwinnaar van de B-groep zou worden. Hier trok Han aan het langste eind door te winnen van Stephan. Zijn score kwam daarmee uit op 7,5 uit 10  =  75%.

In de C-groep was de spanning een stuk minder groot. Jaap Wolters had een te grote voorsprong om bedreigd te worden. Hij won die dan ook met een score van 6 uit 13 = 46%.

Schaakvrij op 30 april

Dinsdag 30 april is de laatste Schaakvrij van dit seizoen. Iedereen, ook niet clubleden, kan hier aan meedoen. Iedereen kan vier partijen spelen maar minder mag ook. Het begint om 19.30 uur bij Willinks. Om de partijen nog spannender te maken is er een tijdshandicap die kan oplopen tot 10 minuten tegen 30 minuten. Vooraf aanmelden is niet nodig.

Ronde 28: Het venijn zit ‘m in de staart

Het was weer een spannende ronde. Nummer 28 van de 33. Nog vijf te gaan dus. De strijd om de titel gaat inmiddels tussen Henri Abbink en Jochem Mullink. Voor de B-groep lijkt Oscar Wamelink de voornaamste kandidaat. Henk te Brinke gaat aan kop in de C-groep en Jaap Wolters ligt op titelkoers in de D-groep.

Om een kans te behouden moest Henri Abbink wel winnen van Bert te Sligte. Bert hielp Henri een handje door een foutief offer te plaatsen op h6. Bert zei zelf dat hij het niet genoeg had doorgerekend. Henri kon het dan ook weerleggen en nadert zo de koppositie op slechts 4 punten.

Walter Schmeing  en Marcel Krosenbrink speelden een vlotte remise. “Ein Caro-Kann (1. e4; c6) wird immer Remis”, zou Walter over de partij zeggen. Han Schuurmans won zijn partij tegen Joachim Musholt en was daar wel blij mee. Han vond het een interessante partij en kwam een pion voor. Hoewel Joachim die terug kon pakken had hij een ander plan, maar daarvoor kreeg Han twee lichte stukken tegen een toren. Later won hij nog een kwaliteit. Alfred Sley had niet veel moeite tegen Thiemen Dekker. Thiemen gaf zelf aan al in de opening een fout gemaakt te hebben. Alfred kon het toen bekwaam afmaken en zo heeft hij inmiddels een score van 7 uit 10.

Henk te Brinke speelde tegen Reinhard Cvetkovic. Henk kwam ergens gewonnen te staan maar liet het toch lopen. Nu heeft Reinhard de afgelopen ronden wel vaker een verloren stelling kunnen redden, dat was in deze ronde ook niet anders. Evi Maris begon in een Siciliaanse partij tegen Han van de Laar met aanvallen. Eerst met d4 en later e5. Met een trucje kon Han een pion winnen en toen nog een en nog een. Toch bleef het voorzichtig manoeuvreren om eeuwig schaak te vermijden. Dat lukte. Het leek er even op dat Gerard Klein Langenhorst ook zou winnen tegen Lauri Maris. Maar toen Gerard een klein foutje maakte, kon Lauri een vesting opbouwen en wat Gerard ook nog probeerde hij kwam er niet meer door.

Rob Voogd trok onvervaard ten aanval. Erik Maris zette daar een flitsende aanval tegenover en hem ging het beter af dan Rob. Met een paard gaf hij stikmat. Rob had geen luchtgaatje meer over. De partij tussen Freek Deunk en Jaap Wolters kende een Franse opening. Freek pakte het echter verkeerd aan en bleef met teveel zwakke pionnen achter. Nadat hij pion en later ook nog het paard verloor, zag hij zich genoodzaakt op te geven. De partij tussen Henk Wiggers en Henk van Beek ging aanvankelijk gelijk op. Opeens trok Henk Wiggers met zijn paard ten aanval waardoor er mat dreigde. Verdedigen was geen optie, want dan zou Henk van Beek de dame kwijt raken. Puntje voor Henk Wiggers dus. Als eerste waren Daan Slager en Dick Labee klaar. Omstanders gaven aan dat Daan goed had gespeeld. Hij kon de dame in een penning zetten, daarmee was het snel afgelopen.

Dan de laatste twee ‘venijnige’ partijen, (‘het staartje’), die het aanwezige publiek bleven boeien. Beide partijen werden naast elkaar gespeeld, dat was dus makkelijk kijken. Halverwege de avond verzuchtte Frank Roodzant nog: “Ik ben de wanhoop nabij”. Dat bleek ook wel als je op het bord keek. Jan Willem Klein Poelhuis had de touwtjes in handen en stond materiaal voor. Uiteindelijk leverde hij ook weer wat in. Het eindspel ging hij in met K+7 pionnen, tegen K+L en 3 pionnen voor Frank. Die witveldige loper bleek echter de kracht te hebben van een Noord-Koreaanse middellangeafstandsraket. Hij beheerst er het hele bord mee en won -tot verbazing van de omstanders- zelfs nog de partij. “Ik heb het ergens laten liggen”, gaf Jan Willem nog te kennen. De andere partij die toen nog bezig was, was die tussen Jan Eckhardt en Henk Freriks. Het spel ontwikkelde zich aanvankelijk traag. Toen Henk op voorsprong kwam, zelfs een volle toren, zag het er niet meer zo moeilijk uit. Het leek er zelfs al op dat Jan had opgegeven, omdat er al een tussentijdse analyse plaats vond. Toen Jan geconfronteerd werd met de vraag of hij doorspeelde of opgaf, zei hij:  “Nog even proberen”. Het lukte Henk maar niet om op voordelige wijze af te ruilen en over te gaan naar een winnend eindspel. Integendeel, het was Jan die met zijn pionnen een tegenaanval inzette op de koning. Hij leek daarbij zelfs Henk nog te overklassen, maar vlak voor de beslissende klap viel, besloten beiden dat het mooi was geweest en was de remise een feit.

Volgende week Schaak Vrij. Aanvang 19.30 uur.

Publiek kan nog even genieten van twee boeiende partijen. Frank (links) is de wanhoop voorbij!

Ronde 27: Beslissingen

Om eerst maar even met het rooster in huis te vallen. We spelen nog zes ronden intern, éénmaal Schaak Vrij en dan zes ronden Zomercompetitie. Aan Schaak Vrij en de Zomercompetitie kan iedereen meedoen.  

23 april Ronde 28  
  30 april SCHAAKVRIJ 4 Meivakantie
   7 mei Ronde 29  
 14 mei Ronde 30  
 21 mei Ronde 31  
 28 mei Ronde 32  
  4 juni Ronde 33 laatste ronde
11 juni Zomercompetitie 1  
18 juni Zomercompetitie 2  
25 juni Zomercompetitie 3  
   2 juli Zomercompetitie 4  
  9 juli Zomercompetitie 5  
 16 juli Zomercompetitie 6  

Had ik het in het vorige verslag nog over remises. Nu was er maar ééntje en waren er 10 beslissingen. Die ene remise kwam als laatste tot stand tussen Henri Abbink en Reinhard Cvetkovic. Omdat het een partij was met verschillend materiaal, was het lastig om te zien wie er beter stond. Kennelijk niemand, want na een flinke afruil kwamen beide spelers dus remise overeen. Daarmee blijft Henri op de loer liggen om de koppositie weer over te nemen.

Dan de beslissingen. Klaudio Kolakovic overklaste Dick Boogaard volledig. Zonder veel bedenktijd te gebruiken rukte hij met onder andere h4 en g5 op en overrompelde Dick, zoals deze het ook zelf aangaf. Ze waren als eerste klaar. Thiemen Dekker speelde tegen Oscar Wamelink. Het was een mooie partij en ergens had Oscar met eeuwig schaak de remise binnen kunnen halen, maar hij wilde meer. Met een knappe eindspeltechniek en goed rekenwerk kon Thiemen de partij naar zich toetrekken. Evi Maris leek even goed te staan tegen Joachim Musholt. Deze had het lastig om het vege lijf te redden. Dat lukte echter wel en Joachim wist een matnet te knopen.

Voor Han van de Laar was het buigen of barsten. Hij speelde vol op de aanval tegen Gerard Klein Langenhorst en wilde van geen remise weten. Het ging nog bijna mis, maar gelukkig voor hem zat er nog een fraaie wending en dus het volle punt, in. Lauri Maris had niet veel kans tegen Henrik Lösing. Ook hij vlocht een matnet. Voor Lauri was ontsnappen daaruit niet meer mogelijk. Erik Maris deed het beter tegen David Poole. David kwam wel wat pionnen voor, maar hij overzag een penning van dame en koning, waardoor Erik met een toren de dame kon winnen. Toen moest hij  het nog wel even zorgvuldig afmaken, maar dat was niet meer het grootste probleem. Rob Voogd hield de druk er goed op tegen Henk van Beek. Henk stond de hele tijd in de verdrukking. Het was dan ook een kwestie van tijd voordat Rob het volle punt kon binnenhalen.

Dick Labee gaf op een gegeven moment op tegen Jan Willem Klein Poelhuis. Jan Willem stond ook beter en Dick dacht dat hij ging verliezen, maar in de analyse bleek toch dat het nog niet zo eenvoudig was en dat de opgave van Dick net iets te vroeg was. Kay Ruesink en Jan Eckhardt speelden een lange partij van 73 zetten. Jan stond in het eindspel met 5 tegen 4 pionnen voor. Toen de overige stukken geruild waren en Jan nog een pion won, kon Kay het niet meer redden. Op een gegeven moment liet hij zich door twee dames mat zetten. Daan Slager had toen al van Paul Dekker gewonnen. Het was aanvankelijk een gelijk opgaande partij, maar beiden lieten ook wat steekjes vallen. Het was Daan die uiteindelijk aan het langste eind trok. 

Jan Eckhardt (links) zet Kay Ruesink mat na 73 zetten!

Ronde 26: Remise

Van de twaalf partijen eindigden er ditmaal acht in remise. Dat is rijkelijk veel en ook alweer een tijdje geleden. Toch kwamen ze niet allemaal zonder slag of stoot tot stand. Integendeel, ook de remises waren het aanzien waard.

Jochem Mullink consolideerde zijn koppositie tegen Marcel Krosenbrink. Hij hoefde niet tot het uiterste te gaan, want hij zag zijn concurrenten ook (bijna) allemaal remise maken. Han Schuurmans won een pionnetje, dat Henri Abbink door wat onachtzaamheid verloor. Hoewel Han dacht dat hij die pion moest teruggeven, bleef hij ‘m toch behouden. Maar het was te weinig om er het eindspel mee te beslissen. Alfred Schley blijft het goed doen. Dit keer hield hij zonder al te veel moeite Walter Schmeing op remise. ‘Rèmie nie’ is een wel vaker gehoorde kreet van onze Duitse spelers, maar ditmaal kwam Walter er toch niet doorheen en werd tot remise besloten.

Klaudio Kolakovic maakte iets van zijn achterstand op de kop goed door te winnen van Oscar Wamelink. Die opmars voor het podium komt waarschijnlijk toch iets te laat. Misschien is een top 3 klassering nog mogelijk. Thiemen Dekker krijgt steeds meer te maken met tegenstanders die wel tevreden zijn met een remise tegen hem. Zo ook Dick Boogaard. Hij kon geen voordeel opbouwen en had niet veel tijd meer op de klok. Een remise-aanbod leek hem gepast. Thiemen restte weinig anders dan het aan te nemen. Han van de Laar zat lang te piekeren hoe hij tegen Henk te Brinke het beste kon voorzetten. Hij kwam er niet helemaal uit en van een betere stelling werd het een verloren stelling. Net toen Henk toe kon slaan, bood hij remise aan. De geforceerde winnende voorzetting zag hij niet. 

Kay Ruesink beging een klassieke fout in de opening tegen Reinhard Cvetkovic. Hij verloor een ongedekt stuk na een schaakje met de dame op a4. Het leek even op stel en sprong uit, maar Kay ging er nog eens goed voor zitten om tegenspel te creëren. Even hielp het, maar uiteindelijk was het materieel voordeel toch te groot. Frank Roodzant offerde enkele stukken voor een mataanval met dame, loper en pionnen. Gerard Klein Langenhorst vond echter steeds de juiste verdediging, alhoewel hij daarvoor ook weer materiaal moest teruggeven. Wat Frank ook probeerde, hij kwam er niet door.

Jaap Wolters gaf op de 16de zet al een stuk weg tegen Manfred Schmeing. Manfred wikkelde het niet helemaal goed af en Jaap kreeg weer tegenkansen. Maar Manfred liet het niet zover komen dat hij de partij uit handen gaf. Jan Eckhardt en Freek Deunk gingen er ook eens goed voor zitten. Het werd een complexe stelling, met geen al te groot voordeel voor een van beiden. Dat het remise werd, was uiteindelijk dan ook vrij logisch. Dat gebeurde ook bij Paul Dekker en Dick Labee. Het was een mooie partij om te zien, met veel stukken die aangevallen werden. Maar zelfs het afruilen van diverse stukken verstoorde het evenwicht niet. Remise vonden beiden uiteindelijk een prima resultaat. Henk Freriks is weer helemaal terug en liet tegen Henk Wiggers zien dat hij het schaken nog niet verleerd is. Met een onverhoeds klassiek mat achter de paaltjes wist hij de partij met een mokerslag te beslissen. 

Mat achter de paaltjes!

Hoesten

Het kan bijna niet anders of de clubavond wordt volgende week een stuk minder bezocht. Er waren zoveel spelers aan het hoesten en kuchen dat het een wonder is dat er niet meer spelers de komende week ziek gaan worden.

Alfred Schley heeft de laatste weken prima resultaten laten zien en mocht het nu opnemen tegen koploper Henri Abbink. Hij verloor een stuk voor een pion, maar had daar zoveel tegenspel voor dat hij toch nog met remise wist te ontsnappen. Jochem Mullink, de nummer twee van de ranglijst wist ook te ontsnappen. Toen in het eindspel Jochem zat te overwegen hoe hij desnoods remise moet maken, gaf Bert te Sligte op. Hij had niet gezien dat zijn paard nog een goed veld had. Oscar Wamelink zit nog steeds in de flow van zijn schaakleven. Ook tegen Walter Schmeing, toch één van de hoogstgerate spelers, bleef hij ogenschijnlijk moeiteloos overeind en bereikte een remise dame-eindspel. Dick Boogaard had niet gezien dat zijn paard van h3 niet meer wegkon. In plaats van een versplinterde koningsstelling koos hij voor de vlucht naar voren. Daarmee maakte hij Marcel Krosenbrink nog wel zenuwachtig, maar het resultaat bleef toch 0-1. Mark Burgers won al snel een pion tegen Thiemen Dekker, maar Thiemen bleef naar kansjes zoeken. En die kwamen er. Mark speelde een paar mindere zetten en verloor alsnog. Evi Maris kwam ook op lichte achterstand, maar ze bleef zoals we van haar gewend zijn op de aanval spelen. Met een mooi torenoffer lokte ze de verdedigende dame weg en zette mat met dame en de andere toren. De overige partijen heb ik onvoldoende gezien om er iets zinnigs over te kunnen zeggen. Al is nog wel vermeldenswaard dat Ulf Bierkämper tegen Dick Labee zijn derde remise wist te scoren. De eerste overwinning komt steeds dichterbij.