Maandelijks archief: maart 2019

Ronde 23: De afgebroken partij

De laatste afgebroken partij dateert alweer van 19 april 2017. Toen kwam dat omdat we even kortstondig om 23.00 uur uit de speelzaal moesten. Gisteren hadden we weer een afgebroken partij. Een zeldzaamheid. Ik zal zo uitleggen wat het betekent. Eerst maar even de partijen. 

Oscar Wamelink behaalde een schitterende overwinning op Henri Abbink. Alhoewel beiden een keer remise aanboden, was het toch Oscar die in de slotfase het beste van het spel had. Eigenlijk kun je zeggen dat hij Henri op zijn eigen terrein versloeg. Oscar won in ieder geval fraai een remiseachtige stelling. Walter Schmeing en Klaudio Kolakovic speelden remise. Voor het zover was, ging er een lange strijd aan vooraf. De partij bleef echter in evenwicht. Dick Boogaard kwam, zoals wel vaker, niet zo denderend uit de opening tegen Alfred Schley. In ieder geval vond hij dat zelf. In het middenspel loste hij alle problemen op en nog voor de overgang naar het eindspel werd ook hier tot remise besloten. Joachim Musholt had weinig moeite met Han van de Laar. Han pakte de Siciliaanse verdediging niet goed aan en Joachim liet geen spaan heel van de aangebrande stelling.

Reinhard Cvetkovic en Henrik Lösing braken om 23.45 uur hun partij noodgedwongen af. Ze hadden toen al ruim in de 100 zetten gedaan en de tijd was nog lang niet op. De vijftigzettenregel was nog niet van toepassing omdat Hendrik af en toe een pionzet kon doen. Hij had nog 2 pionnen, inmiddels 1, en beiden hebben dame en koning. Omdat het nog lang kon gaan duren en het sluitingstijd was, werd de stelling, zoals vroeger gebruikelijk, genoteerd op een gesloten envelop waarin de zet is opgeschreven. Henrik gaf die zet af. Later deze week zal blijken wat de uitslag wordt. Vooralsnog staat deze op remise. Het vervolg van de partij staat voor volgende week op het programma. Dan gaan ze verder met de tijd die nog resteert. Tenzij er natuurlijk eerder een uitslag wordt overeengekomen. Waarschijnlijk zal de computer daarin wel het laatste woord hebben. Inmiddels is het remise geworden.

Manfred Schmeing moest alle zeilen bijzetten tegen Rob Voogd. Het was een scherpe partij waarbij regelmatig van alles in stond. Na torenwinst kon Manfred de partij naar zich toetrekken. Jaap Wolters en Dick Labee speelden een vrij vlotte remise. David Poole bouwde zijn materiele voorsprong tegen Freek Deunk rustig uit, ondertussen met matzetjes strooiend. Ulf Bierkämper kon het niet bolwerken tegen Max Eisenbart. Max had wel alle tijd nodig om Ulf op de knieën te krijgen. Omdat Max volgende week een paar maanden in Nieuw-Zeeland zit en daarna in Leeuwarden gaat studeren is dit (vooralsnog) zijn laatste partij geweest bij het WSG. Hij doet iedereen de groeten. Als een na laatste speelde Henk van Beek tegen Kay Ruesink. Het werd daar ook een latertje. Beiden hielden de eveneens scherpe partij toch in evenwicht. Het matnet van Kay klapte net niet dicht. Dus remise.

De Polgarzusjes

Dan nog even over de afgebroken partij. Vroeger (in de vorige eeuw) werden er partijen van 2 uur p.p. gespeeld, daarin moesten 40 zetten worden gedaan. Was er dan nog geen beslissing, dan werd de partij afgebroken en een week later voortgezet. Dat gebeurde intern, maar ook extern. Je kon dan b.v. een week later ’s avonds weer naar Hengelo, Almelo, Enschede etc. reizen om nog een paar zetten te doen, afhankelijk van de stelling. Een schaakcomputer was er nog niet. Soms werden die partijen ook niet uitgespeeld,  maar telefonisch werd een uitslag overeen gekomen. Datzelfde  gebeurde ook in de landelijke competitie. Daar was het speeltempo 40 zetten in twee uur en daarna nog 20 zetten in een uur. Maar als de partij dan nog niet klaar was, werd deze afgebroken. Die partij moest dan binnen 15 dagen worden uitgespeeld, ongeacht de afstand. Als de spelers niet tot overeenstemming kwamen over uitslag en/of de locatie, werd die partij een week later vastgesteld op dezelfde locatie. In die tijd (jaren 80 en 90) was ik nationaal arbiter (wedstrijdleider) en leidde regelmatig wedstrijden uit de meester- en eerste klasse. Zo ook in 1992. HSG (Hilversum) speelde in en tegen SMB (Nijmegen). De drie Polgarzusjes speelden voor Hilversum. Goke Bal en Dick Boogaard waren met me meegereden om naar die wedstrijd te kijken. De zussen zorgden altijd voor veel publiek. Ik meen dat het Fitzgerald Krudde (SMB) was die tegen Zsuzsa Polgar afbrak. Volgens sommige omstanders was het redelijk remise-achtig. Het onderhandelen tussen de teamleiders en de spelers begon. Om een lang verhaal kort te maken. Krudde kon niet eerder dan die zaterdag, waarop naar verwachting de bond de partij zou laten uitspelen. Toen zat er niets anders op voor HSG om de partij op te geven want de Polgarfamilie vloog  die donderdag ervoor terug naar Hongarije. Het wedstrijdformulier werd toen, enigszins mopperend, alsnog ondertekend. Een vreemd slot dus.

Achttal houdt titel in zicht

In de voorlaatste ronde speelde het achttal in Borne. Henk te Brinke won als eerste een stuk, maar achteraf bleek hij de enige die niet won. Hij liet zich nog verrassen met eeuwig schaak. Mark Burgers snoerde zijn tegenstander in die daarop een stuk gaf. De tegenstander van Gerard Harbers speelde iets te agressief g5 en dat kon zijn stelling niet hebben. De opponent van Arjan van Lith speelde hem met zijn opzet in de kaart en zo kon Arjan een sterke aanval inzetten. Han Schuurmans offerde een stuk voor twee pionnen en hield daarna zijn tegenstander constant onder druk totdat die bezweek. Marcel Krosenbrink had nog niet zoveel bereikt, maar hij had een actievere stelling en dat betaalde zich toch uit. Bert te Sligte leek al snel heel goed te staan, maar deed er uiteindelijk toch nog redelijk lang over de winst binnen te halen. Arent Luimes was – niet ongebruikelijk – het langste bezig. Toen won snel een pion en veel later een stuk. Dat bleek voldoende: 0,5-7,5.

WSG 1 komt op stoom

Nu de nood aan de man is komt WSG 1 op stoom. Tegen MSV Meppel werd een puntendeling gehaald en achteraf zal blijken hoe nuttig dit punt was, want er had ook nog wel meer ingezeten.

Khaled Darwisch speelde zoals gebruikelijk een scherpe partij, maar zijn tegenstander ging er met de buit vandoor. Tom Officier kwam tegen een Meppeler invaller niet verder dan remise en ook Reinhard Funke deelde het punt. Christian Völker bracht de partijen weer op gelijke hoogte. Hij had aanvankelijk een toren, loper en pion voor de dame, maar bouwde dat goed uit. Henrik Lösing stond een stuk achter en zette een alles of niets offensief op dat verrassend genoeg eindigde in een patstelling. Dat was een meevaller. Op de andere drie borden stonden de WSG’ers op een gegeven moment samen vijf pionnen voor, maar geen van drieën wist het punt op het droge te krijgen. Arjan van Lith speelde prima tegen GM Dennis de Vreugt en had dat graag willen bekronen met een zege, maar hij wist het toreneindspel net niet te winnen. Jochem Mullink kwam terecht in een dubbel paardeindspel, maar zijn tegenstander kon de twee paarden offeren voor de laatste twee pionnen. Klaudio Kolakovic had een toreneindspel met twee pionnen meer, maar dat bleek voor hem niet te winnen.

WSG 2 mist laatste kans

WSG 2 moest eigenlijk winnen van Voorst om nog een serieuze kans op handhaving te houden. Dat lukte (net) niet, het werd 4-4.

Dick van Wamelen kwam niet goed in zijn spel en verloor. Bert te Sligte had met een pion minder een leuke promotietruc en won daarmee een stuk. Emma de Vries stond een kwaliteit achter, maar haar tegenstander ging in de fout. Dick Boogaard liet een paard insluiten in een stelling waarin hij zeker nog kansen had. Han Schuurmans speelde prima tegen de op papier sterkste tegenstander, maar vlak na de tijdcontrole liet hij zich onnodig verrassen. Marcel Krosenbrink brak met f6 de stelling open en wikkelde af naar een gewonnen toreneindspel. Henri Abbink had een vrijpion waarvoor zijn tegenstander de toren gaf. De twee pionnen die zwart nog over had (tegen een kale toren) waren genoeg voor remise. Invaller Daniel Telöken had twee pionnen minder in een paardeindspel, maar hij wist door hardnekkig manoeuvreren toch de remisehaven te bereiken.

WSG 3 blijft op nul

Ook in de vijfde en voorlaatste wedstrijd is het WSG 3 niet gelukt een punt te pakken. Tegen Caissa uit Elburg verloor Luc van Harxen als eerste. Na pionverlies kon hij het tij niet meer keren. Manfred Schmeing hield de stelling in evenwicht (remise). Invaller Erik Maris kon het ook niet bolwerken. Gerard Klein Langenhorst, koud terug uit Dubai, wist wel een gelijk eindspel te bereiken. Han van de Laar wist daar een halfje aan toe te voegen. André Houwers trof een heel jonge tegenstander, die het hem zeer moeilijk maakte. In het eindspel profiteerde Houwers van een fout en won. Achteraf bleek dat de enige zege, want aan de topborden verloren Reinhard Cvetkovic en Joachim Musholt van sterke tegenstanders. En zo werd het 2½-5½.

Pat

Maar liefst twee van de vijf competitiepartijen eindigden in pat. Dat blijft toch altijd opletten als je ver voor staat. Uitslagen: Nathan-Sylvan ½-½, Raphaël-Loraine 1-0, Julia-Noëla 0-1, Ruben V-Thijn 1-0, Sem-Bas ½-½.

Ronde 22: Abbink nadert Mullink

Omdat ik zelf niet aanwezig was bij de 22ste ronde van de interne competitie van het WSG heeft Marcel Krosenbrink, met dank, het verslag gemaakt.

Marcel: “Zelf speelde ik tegen Evi Maris. Zij speelt altijd vlotjes, dus de kans dat ik als eerste klaar zou zijn was aanwezig. Nadat Evi één pionnetje teveel had meegesnoept, kwam ze terecht in een matnet. Redelijk vlot klaar, maar toch niet als eerste. Toen ik het scoreformulier bekeek waren de partijen tussen Henk van Beek en Freek Deunk en tussen Alfred Schley en Frank Roodzant ook al voorbij. Niets van gezien. De uitslag moet het verhaal vertellen over deze partijen. Paul Dekker stond een stuk achter tegen Henk Wiggers, dat zou normaal gesproken niet goed aflopen en dat deed het ook niet. De jongste spelers Thiemen Dekker en Lauri Maris speelden tegen elkaar, toch een potje met enig prestige, want wie is nu eigenlijk de “jeugdkampioen”? Ditmaal was dat Lauri. Dick Labee stond zwaar onder druk over de diagonaal a1-h8 en ook nog een loper achter. Toen de partij afgelopen was vroeg ik me af of er nog een wonder was gebeurd. Dat bleek niet het geval, Rob Voogd had ‘gewoon’ het punt binnengehaald. Mark Burgers en Erik Maris waren ook al vrij snel klaar. Een partij met een uitslag waar Professor Elo geen opmerkingen over zou hebben.

Na zeven beslissingen viel dan uiteindelijk ook nog een remise. Bert te Sligte bood het aan en na enige nadenken nam Oscar Wamelink het aan. “Ik denk dat ik ietsje beter stond, maar niet genoeg om te winnen”. Dat leek mij een juiste conclusie in het eindspel met alle zware stukken nog op het bord. Han Schuurmans maakte het Walter Schmeing knap lastig, maar die kon nog net afwikkelen naar een toreneindspel met minuspion. Omdat die toren de koning van Han afsneed was dat voldoende voor de tweede remise van de avond. En toen waren er nog maar twee partijen bezig. Henrik Lösing had een stuk geofferd (?). En wat had hij daar voor terug? Een pion, een koning van de tegenstander die al op de zesde rij stond, terwijl zijn stukken voornamelijk de achterste rij warm hielden. En niet te vergeten, een forse voorsprong op de klok. Het was duidelijk, Peter Hoens moest in zijn eerste partij na zijn break meteen fors aan de bak.

Ook Henk te Brinke, samen met Oscar één van de verrassingen dit seizoen, was nog als laatste aan het schaken. Hij had tegen Henri Abbink met de zet g4 de knuppel in het hoenderhok gegooid. Maar Henri reageerde daar rustig op met Kh8. De bal lag weer in het kamp van Henk, maar die zette de aanval niet voortvarend voort. Hierdoor kon Henri het initiatief naar zich toetrekken en winnen. Hij nadert koploper Jochem Mullink nu wel erg snel. .

Gelukkige remise viertal

Met twee debutanten speelde het viertal tegen Park Stokhorst, maar aan de uitslag veranderde dat weinig, het werd wederom 2-2. Kay Ruesink raakte in de opening al een stuk kwijt en kon dat verlies niet meer goedmaken. Jan Eckhardt wist ongeveer gelijktijdig de volle winst binnen te halen en ook bij Jaap Wolters duurde de partij ongeveer even lang. Helaas voor hem een minder resultaat. David Poole speelde als enige, maar bij hem zag het er niet goed uit. David dreigde weliswaar mat op g2, maar dat kon zijn tegenstander redelijk eenvoudig verdedigen. Hij zag het echter niet en ging pardoes mat, terwijl hij een toren voorsprong had.